Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0040

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - CAMERABEELDEN - MEDISCH - WANDELING

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van feiten die werden
meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD).

In het RAD beschrijft de adjudant dat hij en zijn vier collega’s een oproep kregen voor medische bijstand op de wandeling. Eens ter plaatse troffen zij een gedetineerde aan die aan het huilen was en die zijn hand op zijn kaak hield. Getuigen zeiden dat hij van de band was gevallen. De adjudant besloot de camerabeelden te bekijken. Volgens het RAD was op de beelden te zien hoe klager naar de medegedetineerde stapte en zonder aanleiding een slag in het gezicht van de medegedetineerde gaf, waarop deze neerviel op de grond. Na het bekijken van deze beelden, ging de adjudant langs bij klager voor een verklaring. Volgens het RAD verklaarde klager dat hij de medegedetineerde heeft geslagen omdat hij homo is en dat het als moslim zijn recht is om homo’s te slaan. De directeur nam kennis van het RAD en nodigde klager uit voor een tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie leest in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager toegaf dat hij de medegedetineerde heeft geslagen. Gelet op de duidelijke vaststellingen in het RAD en de bekentenis van klager tijdens de zitting, besluit
de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie
ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en de verontrustende haatdragende houding van klager.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissingblijft bestaan.