TUCHT - TELEFOON
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 14 dagen ATV genomen door de directie van de gevangenis.
Op 21/02/2024 werd een RAD (rapport aan de directeur) opgesteld: omdat klager al 2 weken klaagdedat de telefoon niet werkte, kwam de technische dienst langs. Deze stelde vast dat de bewoners aan de draadjes in de muur hadden gezeten. Ook was de telefoonhoorn in 2 gebroken.
Drie andere cipiers ondertekenen het RAD als getuigen.
Op 23/02/2024 werd klager gehoord tijdens een tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager ontkent tijdens de hoorzitting de telefoon te hebben vernietigd. Ook de celgenoot wordt gehoord. Uit bovenstaande blijkt dat de directie beide betrokkenen gehoord heeft. In haar verweer geeft de
directie ook aan dat ze zich bij de verschillende diensten heeft geïnformeerd. De Basiswet voorziet het volgende: “de gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht.”
Meerdere elementen wijzen op de schuld van klager:
- Het feit dat voor zijn intrek in deze cel de telefoon nooit stuk was;
- Het feit dat zijn celgenoot de laatste tijd geen gebruik maakte van de telefoon;
- Het feit dat de technische dienst vaststelde dat het om vernietiging ging die door de bewoners
van de cel werd uitgevoerd. Met andere woorden, het ging niet om een ongeluk of om schade door andere oorzaken.
De tuchtbeslissing is gerechtvaardigd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De tuchtbeslissing van 23.02.2024 blijft bestaan.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 14 dagen ATV genomen door de directie van de gevangenis.
Op 21/02/2024 werd een RAD (rapport aan de directeur) opgesteld: omdat klager al 2 weken klaagdedat de telefoon niet werkte, kwam de technische dienst langs. Deze stelde vast dat de bewoners aan de draadjes in de muur hadden gezeten. Ook was de telefoonhoorn in 2 gebroken.
Drie andere cipiers ondertekenen het RAD als getuigen.
Op 23/02/2024 werd klager gehoord tijdens een tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager ontkent tijdens de hoorzitting de telefoon te hebben vernietigd. Ook de celgenoot wordt gehoord. Uit bovenstaande blijkt dat de directie beide betrokkenen gehoord heeft. In haar verweer geeft de
directie ook aan dat ze zich bij de verschillende diensten heeft geïnformeerd. De Basiswet voorziet het volgende: “de gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht.”
Meerdere elementen wijzen op de schuld van klager:
- Het feit dat voor zijn intrek in deze cel de telefoon nooit stuk was;
- Het feit dat zijn celgenoot de laatste tijd geen gebruik maakte van de telefoon;
- Het feit dat de technische dienst vaststelde dat het om vernietiging ging die door de bewoners
van de cel werd uitgevoerd. Met andere woorden, het ging niet om een ongeluk of om schade door andere oorzaken.
De tuchtbeslissing is gerechtvaardigd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De tuchtbeslissing van 23.02.2024 blijft bestaan.