Ga verder naar de inhoud

KC33/23-0127

Fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - SCHADE - VERMOEDEN VAN ONSCHULD

Aangezien de basiswet geen bijzonder bewijsstelsel instelt, kan de directeur voor het bewijs van het tuchtrechtelijk gesanctioneerd feit niet alleen steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Bij gebrek aan een regeling van de bewijswaarde komt het de directie toe binnen de grenzen van de redelijkheid de bewijswaarde te beoordelen van de gegevens uit het tuchtdossier om tot een bepaalde overtuiging te komen. In haar onderzoek dient de directie uiteraard steeds de zorgvuldigheidsplicht in acht te nemen.
Het RAD dat aan de basis ligt van de tuchtbeslissing vermeldt enkel dat de trespaplaat aan de rechterkant van het raam los zat en dit de dag voordien nog niet het geval was. Op de tuchtzitting ontkende klager dat dit door hem kwam en dat dit al eerder aangekaart was. In de motivering valt niet te lezen waarom klager alsnog schuldig zou zijn aan de schade van de trespaplaat. De klachtencommissie stelt dan ook vast dat de directeur daarmee onvoldoende onderzocht heeft of de tuchtinbreuk individueel aan klager kon worden toegerekend. Bij gebrek aan een individuele toerekening, legt de directie aan alle op het moment van de celcontrole aanwezige celgenoten een sanctie op voor éénzelfde feit, onder dezelfde kwalificatie. De beslissing van de directie schendt het vermoeden van onschuld en is derhalve niet genomen met inachtneming van de wettelijke bepalingen.
De klacht is gegrond.