TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL
Het rapport aan de directeur dat aan de basis ligt van de bestreden tuchtbeslissing is duidelijk en nauwkeurig over het verloop van de feiten. Het RAD werd ook mee ondertekend door verschillende beambten die tijdens de feiten aanwezig waren. De directie ging in op het verzoek om de camerabeelden te bekijken maar dit leverde geen bijkomende elementen op die erop wijzen dat het gevonden pakketje niet van klager was. Verder maakt klager het niet geloofwaardig dat het pakketje niet van hem zou zijn. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuken bewezen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken een tuchtsanctie van maximaal 30 dagen ATV krijgen. Hij kreeg 15 dagen ATV wat de klachtencommissie als een redelijke en billijke tuchtsanctie overkomt.
De klachtencommissie stelt vast dat klager naar aanleiding van de feiten een voorlopige maatregel werd opgelegd bestaande uit verplicht verblijf in de toegewezen ruimte.
De Basiswet voorziet dat indien de tuchtsanctie vooraf gegaan werd door een gelijkaardige voorlopige maatregel de termijn van de tuchtsanctie dient te starten met deze voorlopige maatregel. Uit het dossier blijkt dat dit niet het geval was. Aldus dient de periode in de tuchtbeslissing aangepast te worden zijnde dat de tuchtsanctie begint te lopen op 15/02/2023 en eindigt op 02/03/2023. Deze periode dient ook vermeld te worden in klager zijn tuchtregister.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de periode vermeldt in de tuchtbeslissing en zegt dat deze vervangen dient te worden naar 15/02/2023 tot en met 02/03/2023.
Het rapport aan de directeur dat aan de basis ligt van de bestreden tuchtbeslissing is duidelijk en nauwkeurig over het verloop van de feiten. Het RAD werd ook mee ondertekend door verschillende beambten die tijdens de feiten aanwezig waren. De directie ging in op het verzoek om de camerabeelden te bekijken maar dit leverde geen bijkomende elementen op die erop wijzen dat het gevonden pakketje niet van klager was. Verder maakt klager het niet geloofwaardig dat het pakketje niet van hem zou zijn. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuken bewezen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken een tuchtsanctie van maximaal 30 dagen ATV krijgen. Hij kreeg 15 dagen ATV wat de klachtencommissie als een redelijke en billijke tuchtsanctie overkomt.
De klachtencommissie stelt vast dat klager naar aanleiding van de feiten een voorlopige maatregel werd opgelegd bestaande uit verplicht verblijf in de toegewezen ruimte.
De Basiswet voorziet dat indien de tuchtsanctie vooraf gegaan werd door een gelijkaardige voorlopige maatregel de termijn van de tuchtsanctie dient te starten met deze voorlopige maatregel. Uit het dossier blijkt dat dit niet het geval was. Aldus dient de periode in de tuchtbeslissing aangepast te worden zijnde dat de tuchtsanctie begint te lopen op 15/02/2023 en eindigt op 02/03/2023. Deze periode dient ook vermeld te worden in klager zijn tuchtregister.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de periode vermeldt in de tuchtbeslissing en zegt dat deze vervangen dient te worden naar 15/02/2023 tot en met 02/03/2023.