Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0104

Fondée Compensation Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur
WANDELING - DOUCHE - STAKING

Klager heeft klacht ingediend omdat hij niet kon wandelen op 11.05.2026 hoewel hij recht heeft op één uur wandeling per dag. In het geval van een niet-spontane staking, zoals in casu aangezien de staking op voorhand was aangekondigd, moet de directie niettemin enkele rechten van gedetineerden waarborgen. Zo wordt in de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en het statuut van het penitentiair personeel bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden. De directie heeft de verantwoordelijkheid om de nodige maatregelen te treffen zodat deze minimumgaranties worden nageleefd. Hierdoor had klager op 11.05.2026 de mogelijkheid moeten hebben om minstens één uur in de open lucht te vertoeven. Uit het verweer van de directie blijkt dat er op 11.05.2026 geen wandeling werd georganiseerd omdat het door enkele last minute ziektemeldingen niet mogelijk was om op een veilige manier een wandeling te organiseren. De directeur dient een overmachtssituatie met betrekking tot een personeelstekort echter aan te tonen, opdat hij redelijkerwijs kon afwijken van het fundamentele recht op één uur wandeling in de buitenlucht. De staking was al aangekondigd op 27.04.2026 zodat er geen sprake was van een spontane staking en de directie in de mogelijkheid was om tijdig een minimumdienst te organiseren, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen. De directie heeft in het bijzonder nagelaten om met concrete cijfers aan te tonen hoeveel personeelsleden effectief gestaakt hebben op de respectieve stakingsdagen, hoeveel van hen onverwacht afwezig bleken door ziekteverzuim en hoeveel werkwilligen er die dagen wel aanwezig waren. Een situatie van overmacht werd dan ook geenszins aangetoond. Het verzuim om in maatregelen te voorzien zodat klager op de stakingsdag van 11.05.2026 een uur in de buitenlucht kon vertoeven, is onwettig. Deze klacht is bijgevolg gegrond. De klachtencommissie kent aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 60 (zestig) belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.

Klager dient daarnaast klacht in omdat hij tijdens de staking niet kon douchen. In tegenstelling tot het recht op een dagelijkse wandeling hebben gedetineerden geen recht hebben op een dagelijkse douche, maar wel om zich dagelijks te wassen, bijvoorbeeld op cel aan de lavabo. De staking duurde in casu twee dagen, maandag 11 en dinsdag 12.05.2026. De klachtencommissie is door een eerdere klacht van klager op de hoogte dat hij op een sectie verbleef waar hij de mogelijkheid kreeg om drie keer per week te douchen, op dinsdag, donderdag en zaterdag. De klachtencommissie meent dus dat klager op 13.05.2026 de mogelijkheid kreeg om te douchen ter compensatie van het weggevallen douchemoment op dinsdag én voor de rest van de week conform het doucheschema op zijn sectie. Daarnaast stelt klager in zijn klachtenformulier enkel dat hij niet kon douchen, maar voert hij niet aan dat hij niet in de gelegenheid werd gesteld om zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne behoorlijk te verzorgen. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat er geen sprake is van een schending van artikel 17, 2° van de wet van 23 maart 2019. De klachtencommissie besluit dat het feit dat klager tijdens de staking van 11 en 12.05.2026 niet mocht douchen, geen verzuim van de directie uitmaakt om maatregelen te nemen teneinde de minimale dienstverlening tijdens de staking te garanderen. Om deze reden is deze klacht niet-ontvankelijk.