Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0101

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - KLACHTENCOMMISSIE - UITVOERING

Klager dient klacht in over een afzetting van werk. In het voorliggend dossier voert klager aan dat hij al sinds 24 april 2026 niet meer mocht gaan werken maar pas op 6 mei 2026 een formele ontslagbeslissing ontving. De directie stelt dat klager werd ontslagen middels een formele beslissing die niet meer kan teruggevonden worden in het dossier, maar ze verduidelijkt daarbij niet of deze beslissing al op 24 april 2026 werd genomen en ter kennis gebracht van klager, of pas later. Volgens de klachtencommissie maakt klager het aannemelijk dat hij sinds 24 april 2026 niet meer mocht werken. De directie betwist dit niet in haar verweer. De klachtencommissie meent dat er op dat ogenblik een formele ontslagbeslissing ten aanzien van klager had moeten worden genomen. Dit was niet het geval. De ontslagbeslissing werd pas nadien en dus laattijdig genomen. In elk geval kon de directie de schriftelijke beslissing niet meer bezorgen. De afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund (RvS 29 januari 2014, nr. 226.252). Om deze redenen is de klacht gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. Teneinde de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan te maken (artikel 158, §4 Basiswet) dient klager hersteld te worden in zijn functie in de kleedkamer, of als de plaats momenteel niet vrij is, bovenaan de wachtlijst geplaatst te worden voor een functie in de kleedkamer.

Klager beklaagt zich over het feit dat de beslissing van de klachtencommissie van 16 april 2026 (dossier KC32/26-0034) niet uitgevoerd werd. De klachtencommissie besliste in dat dossier als volgt: “De klacht is ontvankelijk en gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. Teneinde de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan te maken (artikel 158, §4 Basiswet) dient klager hersteld te worden in zijn functie in de keuken dan wel bovenaan de wachtlijst geplaatst te worden voor deze functie.” Volgens klager wuift de directie dit weg door te zeggen dat hij tewerkgesteld is (was) in de kleedkamer. De klachtencommissie meent dat, indien klager hersteld kon worden in zijn functie in de keuken (dewelke mogelijks zijn voorkeur geniet boven zijn functie in de kleedkamer), dit had kunnen gebeuren en zijn ‘lopende’ functie in de kleedkamer daar geen beletsel voor vormde. Hij had die functie kunnen stopzetten. Ook indien er géén plaats was in de keuken, had klager ten gevolge van de beslissing van de klachtencommissie nog steeds bovenaan de wachtlijst moeten geplaatst worden voor de keuken, hetgeen eveneens te combineren is met een ‘lopende’ functie in de kleedkamer. De klachtencommissie oordeelt dat de directie geen uitvoering heeft gegeven aan haar beslissing in dossier KC32/26-0034 door klager noch een functie in de keuken toe te kennen, noch hem bovenaan de wachtlijst te plaatsen voor een functie in de keuken. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van het verzuim ongedaan te maken (artikel 158, §4 Basiswet) dient de directie de beslissing alsnog uit te voeren, d.w.z. klager dient hersteld te worden in zijn functie in de keuken dan wel bovenaan de wachtlijst geplaatst te worden voor een functie in de keuken.