KC32/26-0093
Non fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie beslist heeft om klager te ontslaan uit de keuken. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om te werken in de gevangenis. Het is de directeur die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de Basiswet waardoor de beslissingen die de directeur in dit kader neemt, niet aan specifieke voorwaarden moeten voldoen. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De klachtencommissie heeft de tewerkstellingsfiche van klager opgevraagd. De klachtencommissie stelt vast dat de meldingen wel degelijk over een medegedetineerde én klager gaan. Het standpunt van klager dat de beambte zich zou hebben vergist en een andere gedetineerde bedoelde, kan dus niet worden gevolgd. Uit deze meldingen blijkt dat klager geen goede verstandhouding heeft met zijn collega’s in de keuken, dat hij zijn taken niet goed uitvoert, dat hij zich niet confirmeert aan de opgelegde arbeidstijden en dat wanneer hij hierover wordt aangesproken door het personeel, geen rekening mee houdt. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten en dat klager verschillende kansen heeft gehad. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie beslist heeft om klager te ontslaan uit de keuken. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om te werken in de gevangenis. Het is de directeur die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de Basiswet waardoor de beslissingen die de directeur in dit kader neemt, niet aan specifieke voorwaarden moeten voldoen. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De klachtencommissie heeft de tewerkstellingsfiche van klager opgevraagd. De klachtencommissie stelt vast dat de meldingen wel degelijk over een medegedetineerde én klager gaan. Het standpunt van klager dat de beambte zich zou hebben vergist en een andere gedetineerde bedoelde, kan dus niet worden gevolgd. Uit deze meldingen blijkt dat klager geen goede verstandhouding heeft met zijn collega’s in de keuken, dat hij zijn taken niet goed uitvoert, dat hij zich niet confirmeert aan de opgelegde arbeidstijden en dat wanneer hij hierover wordt aangesproken door het personeel, geen rekening mee houdt. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten en dat klager verschillende kansen heeft gehad. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.