Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0072

Fondée Compensation KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
CELCONTROLE - TUCHT - GEURWAARNEMING - BEWIJS - TEGEMOETKOMING

Volgens het verweer van de directie worden er dagelijks minimaal twee verblijfsruimtes in de gevangenis gecontroleerd. De celcontrole van 18.03.2026 in de cel van klager kaderde volgens de directie in dat fouilleplan. Een celcontrole uitgevoerd op basis van het fouilleplan, is een beslissing namens de directeur aangezien de penitentiair beambten de celcontrole hebben uitgevoerd onder de leiding en het gezag en overeenkomstig de richtlijnen van de directeur. Klager gaat niet akkoord met de celcontrole omdat hij geen document van de celcontrole heeft gekregen hoewel hij niet aanwezig was tijdens de celcontrole. De klachtencommissie meent dat klager het bericht conform bijlage 4 bij Collectieve Brief nr. 141 bedoelt. Bijlage 4 informeert de gedetineerde dat er een celcontrole heeft plaatsgevonden en wanneer. De klachtencommissie kan uit het rapport aan de directeur (RAD) van 18.03.2026 niet afleiden dat klager in kennis werd gesteld dat er in zijn cel een celcontrole zou worden gehouden. Hij werd naar beneden gestuurd gelet op de tuchtrechtelijke hoorzitting waarvoor hij was uitgenodigd. De klachtencommissie meent dan ook dat klager een bericht conform bijlage 4 had moeten ontvangen. In haar bijkomend verweer weerlegt de directie de verklaring van klager niet. De klachtencommissie besluit dat de celcontrole werd uitgevoerd in strijd met Collectieve Brief nr. 141. Om deze reden is de klacht tegen de celcontrole gegrond.

Klager werd op 25.03.2026 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling was het RAD van 18.03.2026. De verklaring van klager voor de vaststellingen in het RAD waren dat hij enkel een sigaret aan het roken was met zijn raam open. Hij smoort al lang niet meer. Het was een gewone sigaret. Volgens zijn advocaat kan een geur niet beschouwd worden als sluitend bewijsmateriaal. De sigaret werd niet afgenomen dus er kan ook niet bewezen worden dat het om een verboden substantie ging. Volgens de directie ging het toch om een verboden substantie omdat wanneer de deur openging, de herkenbare geur tegemoet kwam.

Het is intussen vaststaande rechtspraak van de klachtencommissies en de Beroepscommissie dat een gedetineerde kan gesanctioneerd worden voor het bezit van drugs op basis een geurwaarneming indien de geurwaarneming zorgvuldig werd gedaan, de geurwaarneming dient geïndividualiseerd én geobjectiveerd te zijn, én het vermoeden van gebruik/bezit moet daarenboven ondersteund worden door bijkomende belastende elementen. Volgens het RAD rook de beambte drugs toen zij de cel van klager opende. Het RAD vermeldt geen getuigen. Uit het RAD blijkt ook niet dat de beambte enkele collega’s, waaronder een ploegchef of adjudant, heeft opgeroepen om de verdachte geur al dan niet te bevestigen. Klager verklaart dat hij op het moment dat de beambte binnenkwam, aan het roken was. Het ging echter om een gewone sigaret. Uit het RAD blijkt niet dat de beambte deze sigaret heeft afgenomen en heeft gecontroleerd. De celcontrole resulteerde negatief en klager werd niet onderworpen aan een onderzoek aan de kledij of het lichaam. De klachtencommissie besluit dat de geurwaarneming niet zorgvuldig is gebeurd en dat de onzorgvuldige geurwaarneming door één beambte niet wordt ondersteund door andere bewijselementen. De klachtencommissie is daarom van oordeel dat er onvoldoende bewijs was om klager te sanctioneren voor het bezit van drugs. Om deze reden is de klacht tegen de tuchtbeslissing gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van één extra ongestoord bezoek.