Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0049

Fondée Compensation KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - TUCHT - WANDELING - TEGEMOETKOMING

Samengevat zijn de klachten van klager tweeledig. Enerzijds gaat hij er niet mee akkoord dat tijdens zijn ATV-sanctie van zeventien dagen, er geen enkele dag aan hem werd gevraagd of hij naar de leeuwenkooi wou om te gaan wandelen voor een uur. Anderzijds is klager boos dat hij zijn werk als hulpdiender kwijt is. Hij werd niet ontslagen tijdens zijn tucht maar daarna vernam klager plots dat hij werd afgezet van zijn werk, zonder enige reden.

Uit de dossierstukken blijkt dat klager op 04.02.2026 een tuchtsanctie van zeven dagen ATV kreeg (van 05.02.2026 tot en met 11.02.2026) en op 11.02.2026 een tuchtsanctie van tien dagen ATV (van 12.02.2026 tot en met 21.02.2026). Klager stelt in zijn klacht dat hij gedurende deze zeventien dagen geen enkele keer de vraag heeft gekregen of hij wou wandelen op de leeuwenkooi. Volgens de directie is de instructie nochtans duidelijk, dagelijks dient er aan alle bijzondere regimes gevraagd te worden of ze individueel wensen te wandelen. In de Basiswet is bepaald dat tijdens ATV de directeur er zorgt voor draagt dat de gedetineerde de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven. Op de vraag van de klachtencommissie of er geregistreerd wordt of gedetineerden al dan niet ingaan op het aanbod van de individuele wandeling, liet de gevangenis weten dat registratie op de dag zelf uiteraard wel aan de orde is, maar dat men dit op het einde van de dag niet bijhoudt. De klachtencommissie besluit dat er geen bewijs voorligt dat de directie het recht van klager op dagelijks minstens één uur buitenlucht heeft gegarandeerd. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat deze klacht ontvankelijk en gegrond is. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van één extra ongestoord bezoek.

Klager gaat niet akkoord dat hij zijn job als hulpdiender is verloren na afloop van zijn zeventien dagen ATV. Hij heeft geen formulier/beslissing ontvangen en er was volgens hem ook geen reden voor zijn ontslag. De directie is van oordeel dat zij de plek van klager als hulpdiender moest invullen tijdens zijn ATV-sanctie omdat deze periode onmogelijk kan overbrugd worden zonder hulpdienders. Er kon geen ontslagbeslissing teruggevonden worden in het dossier van klager en de gevangenis liet weten dat klager op de wachtlijst voor werk staat. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat klager geen schriftelijke beslissing heeft ontvangen waarin werd gemotiveerd waarom hij werd ontslagen als hulpdiender. Klager moest deze beslissing overigens vernemen van een kwartierchef en dus niet van de directie zelf, laat staan dat hij voorafgaand aan deze beslissing werd gehoord door de directie. Uit het verweer van de directie blijkt niet dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet meer geschikt achtte voor de job. Hij is louter ontslagen omdat hij gedurende zijn zeventien dagen ATV niet mocht deelnemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband, zoals zijn werk. Gelet op deze omstandigheden is de klachtencommissie van oordeel dat het ontslag van klager zich voordoet als een tweede (verdoken) tuchtsanctie, boven op de zeventien dagen ATV, hetgeen in strijd is met de Basiswet waarin wordt gesteld dat de sanctie van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte alleen kan worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Om deze redenen is de klacht tegen de afzetting van werk gegrond. Dit betekent dat klager zijn job als hulpdiender onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst hiervoor geplaatst te worden.