Ga verder naar de inhoud

KC32/26-0040

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - TOEREKENBAARHEID - TEGEMOETKOMING

Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

Wat betreft het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen stelt de klachtencommissie vast dat deze tenlastelegging niet betwist wordt door klager. Klager stelt op de tuchtrechtelijke hoorzitting dat er geen slechte intenties waren. Hoewel de klachtencommissie begrip heeft voor het feit dat klager geen slechte intenties had bij het vervoeren van de cake in zijn broek om zijn eigen afscheid te vieren, is zij van oordeel dat klager dit op andere manieren had kunnen organiseren en hiervoor toestemming had kunnen vragen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Wat betreft de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen stelt de klachtencommissie vast dat uit het RAD duidelijk blijkt dat er een gevecht heeft plaatsgevonden op de wandeling tussen klager en zijn medegedetineerde. De opsteller van het RAD heeft daarbij vastgesteld dat klager de meeste slagen heeft uitgedeeld. De klachtencommissie stelt evenwel vast dat de opsteller van het RAD expliciet stelt dat hij niet duidelijk heeft kunnen zien hoe het gevecht begonnen is. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat hij zich niets herinnert van het gevecht. De klachtencommissie stelt vast dat, hoewel de advocaat van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting expliciet gevraagd heeft om de camerabeelden te bekijken alvorens een beslissing te nemen, nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de camerabeelden effectief werden bekeken. Hoewel de directie niet steeds verplicht is om de camerabeelden te bekijken, is de klachtencommissie van oordeel dat gelet op het feit dat de opsteller van het RAD zelf expliciet stelt dat hij niet duidelijk heeft kunnen zien hoe het gevecht is begonnen, in casu het RAD onvoldoende duidelijk is om de tuchtbeslissing volledig op te steunen. De directie heeft door de camerabeelden niet te bekijken nagelaten om feiten zorgvuldig na te gaan en uit te gaan van de juiste feitelijke gegevens. De directie had, met het oog op de rechten van verdediging, in casu de camerabeelden moeten bekijken en ook in de motivering van de tuchtbeslissing hiernaar moeten verwijzen. Er kan immers niet nagegaan worden of er sprake is van wettige zelfverdediging. De directie heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie is van oordeel dat er bijgevolg sprake is van een schending van de rechten van verdediging van klager op dit punt.

De klachtencommissie stelt vast dat klager geïnterneerd is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie voor de beoordeling van de toerekenbaarheid van de tuchtrechtelijk inbreuk van de tweede categorie aan klager verwijst naar het RAD. De klachtencommissie is echter van oordeel dat dit RAD onvoldoende elementen bevat die toelaten om een correct beeld te vormen van de geestesgesteldheid van klager op het moment van de feiten. De klachtencommissie meent dat deze motivering niet toelaat te achterhalen welke observaties of informatie in dit dossier concreet worden weerhouden door de gevangenisdirectie. Het is het allerminst duidelijk welke passages uit de verslaggeving er in het bijzonder op wijzen dat klager helder van geest was op het ogenblik van de feiten. Bijgevolg is het voor klager onmogelijk om de precieze achterliggende motieven van het opleggen van een tuchtsanctie te achterhalen. De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing niet naar recht gemotiveerd werd. Om deze redenen is de klacht gegrond.

Aangezien de Basiswet nergens vereist dat een compensatie spiegelend zou moeten zijn, kent de klachtencommissie in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 225 belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.