FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING
Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. Op basis van het opgevraagde tuchtregister stelt de klachtencommissie vast dat klager in 2025 inderdaad een aantal keren werd gesanctioneerd voor de tuchtinbreuk van artikel 129, 7° Basiswet. Toch volstaat dit volgens de klachtencommissie op zich niet als element om ter gelegenheid van een uitgaansvergunning bij klager een fouillering op het lichaam te verantwoorden. Uit de motivering blijkt met name geen verband tussen het stelselmatig gebruik (zoals de directie het in de motivering noemt) van drugs in de gevangenis enerzijds en het binnenbrengen van drugs na een uitgaansvergunning anderzijds. De directie stelt bijvoorbeeld niet dat klager eerder al betrapt werd op het binnenbrengen van drugs. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot fouillering onvoldoende werd gemotiveerd door het voorafgaand gedrag van klager, noch dat er sprake was van duidelijke aanwijzingen dat klager verboden substanties zou trachten binnen te brengen na zijn UV. Volgens de klachtencommissie voldoet de beslissing tot fouillering op het lichaam niet aan artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe, aangezien klager aangaf dit via andere kanalen te zullen bekomen.
Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. Op basis van het opgevraagde tuchtregister stelt de klachtencommissie vast dat klager in 2025 inderdaad een aantal keren werd gesanctioneerd voor de tuchtinbreuk van artikel 129, 7° Basiswet. Toch volstaat dit volgens de klachtencommissie op zich niet als element om ter gelegenheid van een uitgaansvergunning bij klager een fouillering op het lichaam te verantwoorden. Uit de motivering blijkt met name geen verband tussen het stelselmatig gebruik (zoals de directie het in de motivering noemt) van drugs in de gevangenis enerzijds en het binnenbrengen van drugs na een uitgaansvergunning anderzijds. De directie stelt bijvoorbeeld niet dat klager eerder al betrapt werd op het binnenbrengen van drugs. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot fouillering onvoldoende werd gemotiveerd door het voorafgaand gedrag van klager, noch dat er sprake was van duidelijke aanwijzingen dat klager verboden substanties zou trachten binnen te brengen na zijn UV. Volgens de klachtencommissie voldoet de beslissing tot fouillering op het lichaam niet aan artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe, aangezien klager aangaf dit via andere kanalen te zullen bekomen.