KC32/25-0255
Non fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
CEL - OVERBEVOLKING - GRONDSLAPER
Klager heeft een klacht ingediend omdat er een grondslaper werd toegewezen aan zijn veel te kleine cel. De cel is al te klein voor twee personen, laat staan voor drie.
De klachtencommissie meent dat de klacht van klager gericht is tegen de beslissing om een derde gedetineerde toe te wijzen aan de cel waarin klager en een gedetineerde verbleven. De toewijzing van een gedetineerde aan een verblijfsruimte veronderstelt een beslissing die behoort tot de bevoegdheid van de directie. Zelfs wanneer dergelijke beslissingen uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis, blijft dit een beslissing door of namens de directie. Het gegeven dat de directie (of de persoon namens de directie) niet anders kon beslissen gelet op de overbevolking in de gevangenis, neemt niet weg dat er wel degelijk een beslissing is genomen.
De directie is in principe vrij om te kiezen op welke sectie of in welke cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. Niettemin moet de beslissing van de directie wel conform de internationale en nationale standaarden zijn. De klachtencommissie onderzoekt de situatie van klager in het licht van artikel 3 EVRM. In de rechtspraak heeft het EHRM bepaald dat wanneer iemand moet verblijven in een cel met minder dan 3m² persoonlijke ruimte het gebrek aan ruimte alleen al geldt als een ernstig vermoeden van een schending van artikel 3 EVRM. Voor het berekenen van de persoonlijke ruimte mag de ruimte die de sanitaire voorzieningen innemen, niet meetellen voor de totale oppervlakte. De gevangenisdirectie kan dat vermoeden weerleggen indien het gaat om een korte periode tijdens dewelke men voldoende tijd buiten de cel kan doorbrengen en als er geen andere elementen zijn die wijzen op slechte detentieomstandigheden. Andere verzwarende omstandigheden in de beoordeling van een eventuele schending van artikel 3 EVRM zijn een blootstelling aan passief roken, geen degelijke verluchting of geen natuurlijke verlichting, verwarming, de mogelijkheid om het sanitair privé te gebruiken en het al dan niet voldoen aan voorwaarden over hygiëne en sanitair.
Teneinde na te gaan of klager na de toewijzing van een tweede celgenoot in zijn cel, verbleef in een cel die conform menswaardige detentieomstandigheden was, heeft de voorzitter van de klachtencommissie gevraagd wat de oppervlakte is van de cel en hoe lang klager de cel heeft moeten delen met nog twee gedetineerden. De directie heeft geantwoord dat de vloeroppervlakte 2,7 x 3,8 meter bedraagt en dat klager de cel tussen 16.12.2025 en 23.12.2025 heeft moeten delen met twee gedetineerden. Of de sanitaire voorzieningen inbegrepen zijn in dit vloeroppervlakte is niet duidelijk. Uit een andere beslissing van de klachtencommissie van Turnhout blijkt dat de vloeroppervlakte dezelfde is zoals in casu en dat de directie toen meegaf dat de afgesloten sanitaire ruimte een goede m² bedraagt.
De klachtencommissie meent te besluiten dat de oppervlakte van de cel na aftrek van de oppervlakte van de sanitaire ruimte 9,26 m² bedraagt. Dat betekent dat iedere celgenoot iets meer dan 3 m² persoonlijke ruimte had. Bovendien zou de sanitaire ruimte afgesloten zijn, was deze situatie beperkt tot één week en blijkt niet uit de klacht van klager dat hij uitgesloten was van deelname aan activiteiten buiten de cel zoals de wandeling en het bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van of namens de directie om een derde celgenoot aan de cel van klager toe te wijzen, niet in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling.
Om deze reden is de klacht ongegrond.
Klager heeft een klacht ingediend omdat er een grondslaper werd toegewezen aan zijn veel te kleine cel. De cel is al te klein voor twee personen, laat staan voor drie.
De klachtencommissie meent dat de klacht van klager gericht is tegen de beslissing om een derde gedetineerde toe te wijzen aan de cel waarin klager en een gedetineerde verbleven. De toewijzing van een gedetineerde aan een verblijfsruimte veronderstelt een beslissing die behoort tot de bevoegdheid van de directie. Zelfs wanneer dergelijke beslissingen uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis, blijft dit een beslissing door of namens de directie. Het gegeven dat de directie (of de persoon namens de directie) niet anders kon beslissen gelet op de overbevolking in de gevangenis, neemt niet weg dat er wel degelijk een beslissing is genomen.
De directie is in principe vrij om te kiezen op welke sectie of in welke cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. Niettemin moet de beslissing van de directie wel conform de internationale en nationale standaarden zijn. De klachtencommissie onderzoekt de situatie van klager in het licht van artikel 3 EVRM. In de rechtspraak heeft het EHRM bepaald dat wanneer iemand moet verblijven in een cel met minder dan 3m² persoonlijke ruimte het gebrek aan ruimte alleen al geldt als een ernstig vermoeden van een schending van artikel 3 EVRM. Voor het berekenen van de persoonlijke ruimte mag de ruimte die de sanitaire voorzieningen innemen, niet meetellen voor de totale oppervlakte. De gevangenisdirectie kan dat vermoeden weerleggen indien het gaat om een korte periode tijdens dewelke men voldoende tijd buiten de cel kan doorbrengen en als er geen andere elementen zijn die wijzen op slechte detentieomstandigheden. Andere verzwarende omstandigheden in de beoordeling van een eventuele schending van artikel 3 EVRM zijn een blootstelling aan passief roken, geen degelijke verluchting of geen natuurlijke verlichting, verwarming, de mogelijkheid om het sanitair privé te gebruiken en het al dan niet voldoen aan voorwaarden over hygiëne en sanitair.
Teneinde na te gaan of klager na de toewijzing van een tweede celgenoot in zijn cel, verbleef in een cel die conform menswaardige detentieomstandigheden was, heeft de voorzitter van de klachtencommissie gevraagd wat de oppervlakte is van de cel en hoe lang klager de cel heeft moeten delen met nog twee gedetineerden. De directie heeft geantwoord dat de vloeroppervlakte 2,7 x 3,8 meter bedraagt en dat klager de cel tussen 16.12.2025 en 23.12.2025 heeft moeten delen met twee gedetineerden. Of de sanitaire voorzieningen inbegrepen zijn in dit vloeroppervlakte is niet duidelijk. Uit een andere beslissing van de klachtencommissie van Turnhout blijkt dat de vloeroppervlakte dezelfde is zoals in casu en dat de directie toen meegaf dat de afgesloten sanitaire ruimte een goede m² bedraagt.
De klachtencommissie meent te besluiten dat de oppervlakte van de cel na aftrek van de oppervlakte van de sanitaire ruimte 9,26 m² bedraagt. Dat betekent dat iedere celgenoot iets meer dan 3 m² persoonlijke ruimte had. Bovendien zou de sanitaire ruimte afgesloten zijn, was deze situatie beperkt tot één week en blijkt niet uit de klacht van klager dat hij uitgesloten was van deelname aan activiteiten buiten de cel zoals de wandeling en het bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van of namens de directie om een derde celgenoot aan de cel van klager toe te wijzen, niet in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling.
Om deze reden is de klacht ongegrond.