Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0239

Fondée Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - MOTIVERING

Klager stelt terug te willen naar Afghanistan. Hij heeft hiervoor een aanvraag ingediend. De lokale gevangenisdirectie is niet bevoegd om over deze aanvraag te oordelen. Bijgevolg heeft de klacht geen betrekking op een beslissing of verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 21 november 2025 een tuchtsanctie van 5 dagen ATV voor het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). Ter tuchtzitting erkent klager de feiten. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte en oordeelt dat de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd is. De directie motiveert als volgt waarom ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten: “De directie acht klager toerekeningsvatbaar voor de feiten die hem ten laste worden gelegd op basis van observaties en informatie die specifiek betrekking hebben op het moment van de feiten. Uit de verslaggeving en gesprekken met het personeel blijkt dat klager op het ogenblik van de feiten doelgericht handelde, zich bewust was van zijn omgeving en de gevolgen van zijn gedrag. Er zijn geen aanwijzingen dat hij op dat moment onder invloed was van een psychotische episode, cognitieve desoriëntatie of andere symptomen die zijn oordeelsvermogen zouden aantasten. Hoewel klager geïnterneerd is, en ontoerekenbaarheid het uitgangspunt vormt, acht de directie op basis van deze concrete elementen de feiten in dit dossier toerekenbaar." De klachtencommissie is van oordeel dat deze passage te weinig specifiek is en de clausule eerder het karakter heeft van een stijlclausule. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien hetgeen klager vraagt volgens haar een financiële vergoeding uitmaakt, hetgeen niet toegestaan is (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet).

Klager werd bij ordemaatregel van 21 november 2025 ontslagen uit zijn functie als reservediender op vleugel B. In het voorliggend dossier stelt de directie enkel dat ze “na deze vastgestelde feiten” genoodzaakt is de tewerkstelling te beëindigen omdat klager niet voldoet aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten. Er wordt niet toegelicht wat de vastgestelde feiten zijn. Het “meldingsverslag tewerkstelling”, dat is opgenomen boven de ontslagbeslissing, biedt meer elementen. De klachtencommissie heeft echter al herhaaldelijk geoordeeld dat dit luik géén deel uitmaakt van de eigenlijke beslissing van de directeur, en daarom niet in ogenschouw kan genomen worden bij de toetsing van de motivering aan artikel 8 Basiswet. Volgens de klachtencommissie werd het ontslag van klager dan ook niet afdoende gemotiveerd. De klacht is gegrond. De ontslagbeslissing wordt vernietigd. Teneinde de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan te maken (artikel 158, §4 Basiswet) dient klager hersteld te worden in zijn functie als reservediender.