TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”, “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen”.
De klachtencommissie merkt vooreerst op dat klager niet tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties. Hoewel klager in zijn klacht stelt dat hij hiervan beschuldigd wordt en benadrukt dat hij geen drugs gebruikt, blijkt nergens uit de tuchtbeslissing dat dit aan klager ten laste gelegd werd.
Wat betreft het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen stelt de klachtencommissie vast dat uit het RAD duidelijk blijkt dat klager medicatie voor minstens 1 week had opgespaard. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.
Wat betreft het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel stelt de klachtencommissie vast dat nergens uit het RAD blijkt dat beambten aan klager een bevel zouden hebben gegeven, dat klager niet zou hebben opgevolgd. De klachtencommissie is daarom van oordeel dat deze tuchtrechtelijke inbreuk onvoldoende bewezen is.
Wat betreft het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen stelt de klachtencommissie vast dat uit het RAD enkel het volgende blijkt: “de cel is ook smerig”. Dit wordt nergens verder geconcretiseerd in het RAD. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie naar de toestand van de cel zou gaan kijken alvorens te bepalen aan wie welke zaken kunnen worden toegeschreven. De klachtencommissie stelt echter vast dat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt of dit gebeurd is, en wat de precieze vaststellingen waren. Deze tuchtrechtelijke inbreuk wordt enkel gemotiveerd met de stelling: “De verblijfsruimte van betrokkene is rommelig en niet zuiver”. Er werden ook geen foto’s of gedetailleerdere beschrijvingen toegevoegd aan het tuchtdossier. De klachtencommissie is van oordeel dat deze tuchtrechtelijke inbreuk onvoldoende gemotiveerd werd.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De klachtencommissie zegt dat de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing in overeenstemming worden gebracht met de uitspraak, in het bijzonder door middel van een aanpassing in het tuchtregister.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”, “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen”.
De klachtencommissie merkt vooreerst op dat klager niet tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties. Hoewel klager in zijn klacht stelt dat hij hiervan beschuldigd wordt en benadrukt dat hij geen drugs gebruikt, blijkt nergens uit de tuchtbeslissing dat dit aan klager ten laste gelegd werd.
Wat betreft het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen stelt de klachtencommissie vast dat uit het RAD duidelijk blijkt dat klager medicatie voor minstens 1 week had opgespaard. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.
Wat betreft het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel stelt de klachtencommissie vast dat nergens uit het RAD blijkt dat beambten aan klager een bevel zouden hebben gegeven, dat klager niet zou hebben opgevolgd. De klachtencommissie is daarom van oordeel dat deze tuchtrechtelijke inbreuk onvoldoende bewezen is.
Wat betreft het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen stelt de klachtencommissie vast dat uit het RAD enkel het volgende blijkt: “de cel is ook smerig”. Dit wordt nergens verder geconcretiseerd in het RAD. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie naar de toestand van de cel zou gaan kijken alvorens te bepalen aan wie welke zaken kunnen worden toegeschreven. De klachtencommissie stelt echter vast dat nergens uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt of dit gebeurd is, en wat de precieze vaststellingen waren. Deze tuchtrechtelijke inbreuk wordt enkel gemotiveerd met de stelling: “De verblijfsruimte van betrokkene is rommelig en niet zuiver”. Er werden ook geen foto’s of gedetailleerdere beschrijvingen toegevoegd aan het tuchtdossier. De klachtencommissie is van oordeel dat deze tuchtrechtelijke inbreuk onvoldoende gemotiveerd werd.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De klachtencommissie zegt dat de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing in overeenstemming worden gebracht met de uitspraak, in het bijzonder door middel van een aanpassing in het tuchtregister.