Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0199

Fondée Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur Mesure d'ordre Fouille à corps
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN - FOUILLE LICHAAM - STAKING - WANDELING - EXTERNE RECHTSPOSITIE

Klager beklaagt zich over het gegeven dat de directie niets doet aan de drugshandel en het drugsmisbruik dat door klager in een brief gemeld werd. Hij kan namen en data geven, doch dit schrijven werd door de directie genegeerd. Klager geeft de inhoud van de rapportbriefjes die niet beantwoord werden niet volledig weer. De klachtencommissie leidt het volgende af uit de dossierstukken. Uit de klacht blijkt dat klager geschreven heeft dat hij namen en data inzake drugs- en medicatiehandel kan geven. De directie stelt in haar verweer dat klager enkel op papier wenst te communiceren, weigert op gesprek te komen wanneer hij opgeroepen wordt en enkel concrete informatie wil meedelen in ruil voor een overplaatsing naar Merksplas. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie naar aanleiding van de briefjes die klager stuurde geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van hem diende te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. Er kan volgens de klachtencommissie voor deze rapportbriefjes dan ook niet besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij op 10 oktober 2025 niet mocht wandelen. De directie betwist in haar aanvullende informatie dat klager op 10 oktober 2025 niet zou hebben mogen wandelen. Er is volgens haar dan ook geen beslissing van de directie in die zin voorhanden. Wel werd op die dag de mededeling gedaan dat er op 14 oktober 2025 niet zou kunnen gewandeld worden (zie klacht onder titel 3.6.). De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier dan ook geen beslissing van 10 oktober 2025 in de zin die klager aanvoert die getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over een celcontrole van 5 oktober 2025 en diende zijn klacht op 13 oktober 2025 in. De klacht werd laattijdig ingediend zonder dat klager deze laattijdige indiening verantwoordde. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over een beslissing tot fouillering op het lichaam van 5 oktober 2025 en diende zijn klacht op 13 oktober 2025 in. De klacht werd laattijdig ingediend zonder dat klager deze laattijdige indiening verantwoordde. De directie stelt in haar aanvullende informatie bovendien dat klager tijdens zijn verblijf in Turnhout nog nooit op het lichaam werd gefouilleerd. Zelfs indien klager zijn klacht tijdig zou hebben ingediend, ziet de klachtencommissie in het voorliggend dossier dan ook geen beslissing van 5 oktober 2025 in de zin die klager aanvoert die getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over een ontslagbeslissing van 10 oktober 2025. De directie stelt in haar aanvullende informatie echter dat klager nog nooit gewerkt heeft tijdens zijn verblijf in Turnhout. Er is dan ook geen sprake van een ontslagbeslissing. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier dan ook geen beslissing van 10 oktober 2025 in de zin die klager aanvoert die getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij tijdens de staking van 14 oktober 2025 niet mocht gaan wandelen. De klachtencommissie benadrukt dat het recht op één uur buitenlucht een fundamenteel recht is en dat de directie de nodige maatregelen dient te nemen voor de minimale dienstverlening in het geval van een staking. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier geen redenen of elementen om aan te nemen dat er sprake was van een situatie van overmacht die zich plotseling, onvoorzien en onzeker aandiende. Er is dan ook sprake van een verzuim in hoofde van de directie inzake het recht op een wandeling tijdens de aangekondigde staking van 14 oktober 2025. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager hier op zijn klachtenformulier niets over aangaf.

Een klacht die handelt over een advies van de directie aan de KBM handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde en valt daardoor buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het niet-beantwoorden van twee rapportbriefjes. Voortgaande op de onderwerpen (melding geluidsoverlast en melding inzake kwaliteit van het eten) meent de klachtencommissie dat de directie naar aanleiding van deze rapportbriefjes geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager diende te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. Het lijkt de klachtencommissie eerder om algemene meldingen te gaan waarvan de directie kennis kan nemen, zonder dat ze noodzakelijk een (schriftelijk) antwoord behoeven. Er kan volgens de klachtencommissie voor deze rapportbriefjes dan ook niet besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie om een antwoord te verstrekken.