Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0190

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - CELCONTROLE - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directie baseerde zich op het RAD, dat de vondst van een zelfgemaakt steekwapen ter gelegenheid van de wasophaling beschrijft. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Integendeel, de vondst van het steekwapen wordt onderschreven en klager legt uit waar het vandaan komt. In de klacht stelt de advocaat dat de vondst van het steekwapen op onrechtmatige wijze gebeurde, nu er sprake zou zijn geweest van een de facto celcontrole, die onrechtmatig was. De klachtencommissie meent dat het handelen van de beambte niet dient te worden gekwalificeerd als een celcontrole. De klachtencommissie wijst erop dat het huishoudelijk reglement (p. 10) in elk geval ook een grondslag biedt om voorwerpen die van hun normaal gebruik worden afgewend, te verwijderen uit de cel. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD en de hierover afgelegde verklaringen van klager.

De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet), verwijzend naar het gegeven dat een steekwapen een door het huishoudelijk reglement niet-toegelaten voorwerp betreft. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten door te verwijzen naar de volgende elementen:
(1) De inbreuk (het bezit) heeft zich over een langere tijd voorgedaan. Er zijn geen recente psychiatrische adviezen of observaties die wijzen op een ontoerekeningsvatbaarheid op het moment van de feiten. Indien hierover twijfel zou bestaan, zou bijkomend advies van de PSD-psychiater worden gevraagd, maar dit was hier niet aan de orde. De klachtencommissie wijst erop dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is, en dit ook zonder een recent psychiatrisch advies of observatie in die zin. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) De manier waarop betrokkenen tijdens de zitting over de inbreuk vertelt, toont aan dat hij het gedrag helder en bewust gesteld heeft. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager en zijn toestand op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet dienstig.
(3) Uit het RAD blijkt dat klager op het moment van de vaststelling helder en bewust was. Toen betrokkene van de wandeling terugkeerde, deed hij immers alsof zijn neus bloedde toen de PBAP hem op het steekwapen aansprak. De directie verbindt aan deze ontkenning vlak na de vaststelling een conclusie over de mate waarin klager zijn gedrag bewust heeft gesteld en de gevolgen ervan probeert te ontlopen. Volgens de klachtencommissie ging de directie bij het trekken van deze conclusie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten en werd de toerekenbaarheid van de feiten met dit element aldus afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 10 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is.

De klacht is ongegrond.