Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0188

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar de volgende elementen:
(1) Het gegeven dat klager ter tuchtzitting helder en coherent op de gestelde vragen antwoordt. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager en zijn toestand op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet dienstig.
(2) Uit dagelijkse observaties blijkt dat klager in staat is zijn gedrag te sturen en zich bewust is van de consequenties van zijn handelen. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Er zijn geen recente psychiatrische adviezen of observaties die wijzen op een tijdelijke of blijvende ontoerekeningsvatbaarheid op het moment van de feiten. Indien hierover twijfel zou bestaan, zou bijkomend advies van de PSD-psychiater worden gevraagd, maar dit was hier niet aan de orde. Zoals reeds gesteld is in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt. De klachtencommissie wijst erop dat de ontoerekeningsvatbaarheid op het moment van de feiten dus het uitgangspunt is, en dit ook zonder een recent psychiatrisch advies. Dit element is dan ook niet afdoende.

De toerekenbaarheid van de feiten werd niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe, aangezien klager aangaf dit via andere kanalen te zullen bekomen.