KC32/25-0185
Fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
MEERPERSOONSCEL - OVERBEVOLKING - ART. 3 EVRM - ZORGPLICHT
De klacht gaat over een beslissing dat klager in een gedeelde duocel op de grond moet slapen en het feit dat klager zijn wc stuk is in de gevangenis van Turnhout.
Over de gedeelde cel en het grondslapen: artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel. Naar analogie met het Europees Comité ter Preventie van Foltering, stelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat sanitaire voorzieningen niet mogen meegerekend worden in de totale oppervlakte van de cel.
De directie heeft de vragen van de klachtencommissie nooit beantwoord. De directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan twee maanden, in de mogelijkheid gesteld de nodige informatie en stukken aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. Uit bovenstaande blijkt dat het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling in dit geval niet kan worden weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Over de wc: de directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan een maand, in de mogelijkheid gesteld een schriftelijk verweer en de daarbij horende stukken aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is om deze redenen gegrond.
De klacht gaat over een beslissing dat klager in een gedeelde duocel op de grond moet slapen en het feit dat klager zijn wc stuk is in de gevangenis van Turnhout.
Over de gedeelde cel en het grondslapen: artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel. Naar analogie met het Europees Comité ter Preventie van Foltering, stelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat sanitaire voorzieningen niet mogen meegerekend worden in de totale oppervlakte van de cel.
De directie heeft de vragen van de klachtencommissie nooit beantwoord. De directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan twee maanden, in de mogelijkheid gesteld de nodige informatie en stukken aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. Uit bovenstaande blijkt dat het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling in dit geval niet kan worden weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Over de wc: de directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan een maand, in de mogelijkheid gesteld een schriftelijk verweer en de daarbij horende stukken aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is om deze redenen gegrond.