Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0128

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING

In het voorliggend dossier haalde de directie als individuele aanwijzing aan dat de metaaldetectieportiek een signaal gaf bij de passage van klager. Controle met de handdetectie leverde eveneens een signaal op ter hoogte van zijn achterwerk. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing op zich voldoende geconcretiseerd. De directie benoemt dit in de motivering echter als een aanwijzing dat klager mogelijks een “verboden substantie” zou meesmokkelen naar zijn werk, daar waar het signaal van de metaaldetectieportiek in principe enkel in verband gebracht kan worden met “verboden voorwerpen”. De directie erkende haar fout in het schriftelijk verweer. De klachtencommissie meent dat deze foute woordkeuze dient te leiden tot de nietigheid van de beslissing, nu er een belangrijk verschil is tussen “verboden voorwerp” en “verboden substantie”. Dit gebrek overstijgt dan ook een loutere onnauwkeurigheid. Bovendien heeft deze woordkeuze ook gevolgen voor het vervolg van de motivering. In de bestreden beslissing wordt het niet volstaan van een onderzoek aan de kledij gemotiveerd op een wijze die wordt toegespitst op het achterhalen van “verboden substanties” (eigen onderlijning): “dat (…) ervaring ons leert dat deze substanties vaak in kleine hoeveelheden worden gesmokkeld en net niet worden verstopt op plaatsen op/in de kledij die men met een onderzoek aan de kledij kan onderzoeken”. De klachtencommissie besluit dan ook dat de motivering van de beslissing niet voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond.