KC32/25-0101
Fondée
Compensation
Irrecevable
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TERMIJN - TUCHT - KLACHTENPROCEDURE - ARBEID - TEGEMOETKOMING
De advocaat van klager heeft op 20.05.2025 een klacht ingediend. In deze klacht wordt onder andere de voorlopige maatregel van 11.05.2025 aangevochten. Een klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing, worden ingediend. De klacht tegen de voorlopige maatregel werd bijgevolg laattijdig ingediend. In de klacht worden ook geen redenen vermeld om aan te nemen dat de klacht zo spoedig mogelijk werd ingediend. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Zowel in zijn eigen klachtenformulier als namens zijn advocaat, heeft klager klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Hij meent dat hij niets met de drone te maken had en dat hij enkel tegen betaling een pakketje diende binnen te smokkelen. Bij gebreke aan dossierstukken kan de klachtencommissie geen controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de tuchtbeslissing uitoefenen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Aangezien de tuchtsanctie intussen werd ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een tegemoetkoming vervuld. Als tegemoetkoming vraagt klager een extra ongestoord bezoek, meer specifiek een extra kinderbezoek. Hoewel de directie in de gelegenheid werd gesteld om haar opmerkingen te geven over de gevraagde tegemoetkoming, heeft zij niets laten weten. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming toe: één extra kinderbezoek.
Klager klaagt tenslotte aan dat hij na een jaar detentie nog steeds niet tewerkgesteld is hoewel hij en zijn advocaat hier meermaals om verzocht hebben. Gedetineerden hebben het recht om te werken in de gevangenis. Het is de directeur die in staat voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid aan de gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Dit verzoek wordt opgetekend in een door de Koning vastgesteld formulier. De directie oefent deze bevoegdheid uit door te reageren op de werkaanvraag van de gedetineerde. Ofwel krijgt de gedetineerde meteen een tewerkstelling aangeboden ofwel, wanneer er niet onmiddellijk arbeid beschikbaar is, wordt de gedetineerde op de wachtlijst geplaatst. De penitentiaire realiteit toont in toenemende mate aan dat er slechts een beperkt aanbod van arbeid is, zodat men genoodzaakt is om met wachtlijsten te werken. Aangezien niet is aangetoond dat de directie heeft gereageerd op de werkaanvraag van klager door ofwel hem een tewerkstelling aan te bieden ofwel door hem te bevestigen dat hij op de wachtlijst werd ingeschreven, besluit de klachtencommissie dat er sprake is van een verzuim van de directie. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg ontvankelijk en gegrond. Conform de Basiswet draagt de klachtencommissie de directie op om binnen één maand na de kennisgeving van deze uitspraak een antwoord te verlenen aan klager conform haar verplichtingen.
De advocaat van klager heeft op 20.05.2025 een klacht ingediend. In deze klacht wordt onder andere de voorlopige maatregel van 11.05.2025 aangevochten. Een klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing, worden ingediend. De klacht tegen de voorlopige maatregel werd bijgevolg laattijdig ingediend. In de klacht worden ook geen redenen vermeld om aan te nemen dat de klacht zo spoedig mogelijk werd ingediend. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Zowel in zijn eigen klachtenformulier als namens zijn advocaat, heeft klager klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Hij meent dat hij niets met de drone te maken had en dat hij enkel tegen betaling een pakketje diende binnen te smokkelen. Bij gebreke aan dossierstukken kan de klachtencommissie geen controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de tuchtbeslissing uitoefenen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Aangezien de tuchtsanctie intussen werd ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een tegemoetkoming vervuld. Als tegemoetkoming vraagt klager een extra ongestoord bezoek, meer specifiek een extra kinderbezoek. Hoewel de directie in de gelegenheid werd gesteld om haar opmerkingen te geven over de gevraagde tegemoetkoming, heeft zij niets laten weten. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming toe: één extra kinderbezoek.
Klager klaagt tenslotte aan dat hij na een jaar detentie nog steeds niet tewerkgesteld is hoewel hij en zijn advocaat hier meermaals om verzocht hebben. Gedetineerden hebben het recht om te werken in de gevangenis. Het is de directeur die in staat voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid aan de gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Dit verzoek wordt opgetekend in een door de Koning vastgesteld formulier. De directie oefent deze bevoegdheid uit door te reageren op de werkaanvraag van de gedetineerde. Ofwel krijgt de gedetineerde meteen een tewerkstelling aangeboden ofwel, wanneer er niet onmiddellijk arbeid beschikbaar is, wordt de gedetineerde op de wachtlijst geplaatst. De penitentiaire realiteit toont in toenemende mate aan dat er slechts een beperkt aanbod van arbeid is, zodat men genoodzaakt is om met wachtlijsten te werken. Aangezien niet is aangetoond dat de directie heeft gereageerd op de werkaanvraag van klager door ofwel hem een tewerkstelling aan te bieden ofwel door hem te bevestigen dat hij op de wachtlijst werd ingeschreven, besluit de klachtencommissie dat er sprake is van een verzuim van de directie. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg ontvankelijk en gegrond. Conform de Basiswet draagt de klachtencommissie de directie op om binnen één maand na de kennisgeving van deze uitspraak een antwoord te verlenen aan klager conform haar verplichtingen.