Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0037

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure d'ordre
(1) ORDEMAATREGEL - ARBEID – ONTSLAG (2) CELMUTATIE

De klacht is gericht tegen de beslissing om klager te ontslaan en de beslissing om klager van sectie C naar sectie D over te plaatsen.

(1) Wat betreft het ontslag

Er is voorzien dat de directie een gedetineerde mag ontslaan wanneer de gedetineerde niet langer geschikt is voor de arbeidspost. Die maatregel wordt in alle gevallen schriftelijk genomen en gemotiveerd.

Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de beleidscoördinator Hulp- en Dienstverlening klager had uitgenodigd voor een gesprek over zijn functioneren als bibfatik. De beleidscoördinator was van mening dat een samenwerking niet meer mogelijk was en klager werd op de hoogte gebracht dat de coördinator aan de directie ging vragen om klager te ontslaan. De coördinator heeft verschillende redenen opgesomd waarom een verdere tewerkstelling niet meer opportuun werd geacht. Er wordt melding gemaakt dat klager opdrachten uitvoert zonder dit eerst te overleggen en de toelating hiervoor te krijgen. Klager zou ook niet ontvankelijk zijn voor feedback en zou de verantwoordelijkheid altijd bij iemand anders leggen. Tot slot zou klager intimiderend overkomen naar medewerkers wanneer hij wordt geconfronteerd met een meningsverschil. Ingevolge deze meldingen, heeft de directie beslist om de tewerkstelling te beëindigen.

De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de evaluatie van klager door de coördinator, rechtmatig tot het ontslag van klager heeft beslist. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht kennelijk ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.

(2) Wat betreft de overplaatsing naar een andere sectie

Uit de bijkomende informatie van de directie blijkt dat klager op dezelfde dag als zijn ontslag ook werd overgeplaatst van sectie C naar sectie D. Klager gaat niet akkoord met die overplaatsing omdat hij nog maar recent weggehaald werd van die sectie uit schrik voor zijn belagers.

Het is de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd om klagers fysieke integriteit te vrijwaren. Op basis van de bijkomende informatie van de directie meent de klachtencommissie echter dat de beslissing van de directie om klager over te plaatsen van sectie C naar sectie D geen schending was van deze zorgplicht. De directie erkent dat er in het verleden een incident is geweest tussen klager en een medegedetineerde maar deze medegedetineerde verbleef intussen niet meer op sectie D. De kans dat klager nog in contact kwam met deze medegedetineerde was overigens niet groter dan toen hij op sectie C verbleef aangezien klager tijdens zijn job als bibfatik zich vrij begaf op alle vleugels.

Om deze redenen is ook de klacht tegen de overplaatsing van sectie C naar sectie D kennelijk ongegrond. Intussen vernam de klachtencommissie dat klager verblijft in de gevangenis van Leuven-Centraal.