KC32/24-0241
Non fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK
De ordemaatregel van 8 november 2024 beperkt het bezoek tussen klager en zijn partner tot ‘glasbezoek’. Volgens de klachtencommissie kan het meebrengen van hasj naar de gevangenis beschouwd worden als een ernstige aanwijzing dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen (met name: overdracht van deze drugs naar klager). De ordemaatregel werd schriftelijk genomen en met redenen omkleed. De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 60 §3 Basiswet.
De maatregel werd opgelegd voor een duur van één maand. De klachtencommissie acht deze duurtijd redelijk. Klager beklaagt zich erover dat de maatregel “pas” op 4 november 2024 inging, terwijl hij ook al het bezoek van 2 november 2024 verloor. De klachtencommissie wijst op de algemene regel inzake bezoek uit het huishoudelijk reglement die stelt dat het bezoek voortijdig beëindigd kan worden indien de regels niet nageleefd worden. Volgens de klachtencommissie was de vondst van de hasj dan ook de reden dat het bezoek op 2 november 2024 voortijdig beëindigd werd (in dit geval: nog voor het kon aanvatten), en diende dit dan ook niet aangerekend te worden op de uiteindelijke ordemaatregel.
De klachtencommissie erkent dat het enigszins vreemd is dat de maatregel pas op 8 november 2024 via een schriftelijke beslissing werd opgelegd, terwijl de datum van aanvatting van de maatregel op 4 november 2024 werd bepaald. De directie biedt hiervoor echter een afdoende verklaring in haar verweer. De klachtencommissie stelt vast dat hierbij een keuze werd gemaakt die in het voordeel van klager speelt. De klachtencommissie stelt dan ook op dit vlak geen onwettigheid of onredelijkheid vast. De klacht is ongegrond.
De ordemaatregel van 8 november 2024 beperkt het bezoek tussen klager en zijn partner tot ‘glasbezoek’. Volgens de klachtencommissie kan het meebrengen van hasj naar de gevangenis beschouwd worden als een ernstige aanwijzing dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen (met name: overdracht van deze drugs naar klager). De ordemaatregel werd schriftelijk genomen en met redenen omkleed. De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 60 §3 Basiswet.
De maatregel werd opgelegd voor een duur van één maand. De klachtencommissie acht deze duurtijd redelijk. Klager beklaagt zich erover dat de maatregel “pas” op 4 november 2024 inging, terwijl hij ook al het bezoek van 2 november 2024 verloor. De klachtencommissie wijst op de algemene regel inzake bezoek uit het huishoudelijk reglement die stelt dat het bezoek voortijdig beëindigd kan worden indien de regels niet nageleefd worden. Volgens de klachtencommissie was de vondst van de hasj dan ook de reden dat het bezoek op 2 november 2024 voortijdig beëindigd werd (in dit geval: nog voor het kon aanvatten), en diende dit dan ook niet aangerekend te worden op de uiteindelijke ordemaatregel.
De klachtencommissie erkent dat het enigszins vreemd is dat de maatregel pas op 8 november 2024 via een schriftelijke beslissing werd opgelegd, terwijl de datum van aanvatting van de maatregel op 4 november 2024 werd bepaald. De directie biedt hiervoor echter een afdoende verklaring in haar verweer. De klachtencommissie stelt vast dat hierbij een keuze werd gemaakt die in het voordeel van klager speelt. De klachtencommissie stelt dan ook op dit vlak geen onwettigheid of onredelijkheid vast. De klacht is ongegrond.