KC32/24-0209
Non fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - BIJSTAND ADVOCAAT - TELEFONIE
De directie motiveert waarom er volgens haar sprake is van ernstige aanwijzingen van zowel een gevaar voor de orde als de veiligheid, verwijzend naar de aanslepende moeizame samenwerking tussen klager en zijn PSD-dossierbeheerders, dewelke op 2 oktober 2024 leidde tot een escalatie waarbij klager zeer expliciete bedreigingen uitte ten aanzien van de medewerkers waarmee hij in gesprek was. De klachtencommissie acht de inschatting dat de toestand van klager een ernstige aanwijzing uitmaakt van een gevaar voor het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis en de fysieke integriteit van personen correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier worden de drie maatregelen (ontnemen van voorwerpen, uitsluiting van activiteiten en onderbrenging in een veiligheidscel) alle drie afzonderlijk, doch op dezelfde wijze gemotiveerd. Hoewel summier, wordt hiermee volgens de klachtencommissie op afdoende wijze de noodzaak van elke opgelegde veiligheidsmaatregel toegelicht. De motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klachtencommissie acht de bijzondere veiligheidsmaatregel wettelijk en redelijk.
Klager betreurt dat het horen in het kader van de BVM zonder bijstand van de advocaat gebeurde. De klachtencommissie wijst erop dat deze bijstand in geval van internering enkel verplicht is in het kader van een tuchtprocedure, klachtenprocedure of beroepsprocedure tegen de uitspraak van de klachtencommissie (artikel 167, §4 Basiswet). In andere gevallen, zoals bij het horen in het kader van een BVM, is dit niet verplicht.
Klager verwees naar het gegeven dat hij geen vuur of horloge op cel mocht hebben. De klachtencommissie meent dat dit een gevolg was van de maatregel van het ontnemen of onthouden van voorwerpen, ten gevolge waarvan klager geen scherpe of gevaarlijke voorwerpen op cel mocht hebben.
Klager betreurt het gegeven dat hij geen telefoon op cel had. Volgens de klachtencommissie beklaagt klager zich over een infrastructureel gegeven dat geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem uitmaakt. Bovendien toont klager niet aan dat hierdoor afbreuk gedaan werd aan zijn recht om dagelijks op zijn kosten te telefoneren met personen van buiten de gevangenis op de tijdstippen en voor de duur die bepaald wordt door het huishoudelijk reglement (artikel 64, §1 Basiswet).
De klacht is ongegrond.
De directie motiveert waarom er volgens haar sprake is van ernstige aanwijzingen van zowel een gevaar voor de orde als de veiligheid, verwijzend naar de aanslepende moeizame samenwerking tussen klager en zijn PSD-dossierbeheerders, dewelke op 2 oktober 2024 leidde tot een escalatie waarbij klager zeer expliciete bedreigingen uitte ten aanzien van de medewerkers waarmee hij in gesprek was. De klachtencommissie acht de inschatting dat de toestand van klager een ernstige aanwijzing uitmaakt van een gevaar voor het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis en de fysieke integriteit van personen correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier worden de drie maatregelen (ontnemen van voorwerpen, uitsluiting van activiteiten en onderbrenging in een veiligheidscel) alle drie afzonderlijk, doch op dezelfde wijze gemotiveerd. Hoewel summier, wordt hiermee volgens de klachtencommissie op afdoende wijze de noodzaak van elke opgelegde veiligheidsmaatregel toegelicht. De motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klachtencommissie acht de bijzondere veiligheidsmaatregel wettelijk en redelijk.
Klager betreurt dat het horen in het kader van de BVM zonder bijstand van de advocaat gebeurde. De klachtencommissie wijst erop dat deze bijstand in geval van internering enkel verplicht is in het kader van een tuchtprocedure, klachtenprocedure of beroepsprocedure tegen de uitspraak van de klachtencommissie (artikel 167, §4 Basiswet). In andere gevallen, zoals bij het horen in het kader van een BVM, is dit niet verplicht.
Klager verwees naar het gegeven dat hij geen vuur of horloge op cel mocht hebben. De klachtencommissie meent dat dit een gevolg was van de maatregel van het ontnemen of onthouden van voorwerpen, ten gevolge waarvan klager geen scherpe of gevaarlijke voorwerpen op cel mocht hebben.
Klager betreurt het gegeven dat hij geen telefoon op cel had. Volgens de klachtencommissie beklaagt klager zich over een infrastructureel gegeven dat geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem uitmaakt. Bovendien toont klager niet aan dat hierdoor afbreuk gedaan werd aan zijn recht om dagelijks op zijn kosten te telefoneren met personen van buiten de gevangenis op de tijdstippen en voor de duur die bepaald wordt door het huishoudelijk reglement (artikel 64, §1 Basiswet).
De klacht is ongegrond.