KC32/24-0194
Non fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager werd onderworpen aan een fouillering op het lichaam. Volgens de klachtencommissie was er sprake van individuele aanwijzingen dat klager in het bezit kon zijn van verboden substanties. De directie ging de grenzen van de redelijkheid niet te buiten bij het trekken van deze conclusie. De directie motiveerde daarnaast eveneens waarom het onderzoek aan de kledij niet volstond. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet en is bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg als voorlopige maatregel een verplicht verblijf in de hem toegewezen verblijfsruimte (artikel 112, §1, 4° Basiswet) opgelegd op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie is van oordeel dat verboden substanties inderdaad een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid vormen. Bovendien blijkt uit de motivering ook duidelijk waarom het aangewezen was om klager verplicht in de hem toegewezen verblijfsruimte te laten verblijven. De motivering werd in duidelijke bewoordingen opgesteld. De voorlopige maatregel voldoet aan de vereisten van artikel 145, §1 j° artikel 8 Basiswet. Aangezien de directie op het ogenblik van het opleggen van de voorlopige maatregel nog niet met zekerheid kon zeggen aan wie de verboden substantie toebehoorde en dit pas duidelijk werd ter gelegenheid van de navolgende tuchtprocedure, acht de klachtencommissie de beslissing bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager werd onderworpen aan een fouillering op het lichaam. Volgens de klachtencommissie was er sprake van individuele aanwijzingen dat klager in het bezit kon zijn van verboden substanties. De directie ging de grenzen van de redelijkheid niet te buiten bij het trekken van deze conclusie. De directie motiveerde daarnaast eveneens waarom het onderzoek aan de kledij niet volstond. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet en is bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg als voorlopige maatregel een verplicht verblijf in de hem toegewezen verblijfsruimte (artikel 112, §1, 4° Basiswet) opgelegd op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie is van oordeel dat verboden substanties inderdaad een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid vormen. Bovendien blijkt uit de motivering ook duidelijk waarom het aangewezen was om klager verplicht in de hem toegewezen verblijfsruimte te laten verblijven. De motivering werd in duidelijke bewoordingen opgesteld. De voorlopige maatregel voldoet aan de vereisten van artikel 145, §1 j° artikel 8 Basiswet. Aangezien de directie op het ogenblik van het opleggen van de voorlopige maatregel nog niet met zekerheid kon zeggen aan wie de verboden substantie toebehoorde en dit pas duidelijk werd ter gelegenheid van de navolgende tuchtprocedure, acht de klachtencommissie de beslissing bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.