Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0096

Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Pas de décision du directeur
BRIEFWISSELING - REKENINGEN - KANTINE

Een klacht tegen een weigering of verzuim om een kassaticket van een aangetekende zending te verstrekken valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Klager laat echter na te specificeren van welke datum de aangetekende zendingen dateren. De klachtencommissie meent dan ook dat het voorwerp van de klacht in het voorliggend dossier mogelijks samenvalt met het voorwerp van de derde klacht in KC32/24-0058. De klachtencommissie verwijst naar titel 3.3. van de beslissing in KC32/24-0058, waarin zij de klacht reeds gegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over een aanvraag voor vervoer naar de rechtbank die hij op 4 april 2024 aan de griffie deed. Klager zegt het briefje op 8 april 2024 teruggekregen te hebben zonder reactie. De klachtencommissie kan in het schrijven van klager geen klacht tegen een beslissing door of namens de directeur ontwaren. Ze meent dat het wellicht om een vergetelheid van de griffie gaat die in elk geval niet in verbinding gebracht kan worden met een beslissing van de directeur. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over de commissie van toezicht. De klachtencommissie kan in het schrijven van klager geen klacht tegen een beslissing door of namens de directeur ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over de aanrekening van een verkeerd bedrag voor parfum. Er werd hem 35 EUR aangerekend voor 100 ml. Volgens klager moest het voor die prijs 200 ml zijn. Klager bevroeg zich hierover. Er werd hem (op de dag van indiening van de klacht) gezegd dat men het ging bekijken. Toch besloot klager hier al meteen klacht tegen in te dienen. Volgens de klachtencommissie was er op het ogenblik van indiening van de klacht nog geen beslissing voorhanden, zodat de klacht voorbarig is. Klager stelt in zijn klacht zelf ook “de klachtencommissie op de hoogte te zullen houden”. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager verzocht om compensatie voor slechte tv-ontvangst op een rapportbriefje van 5 april 2024. Hij diende zijn klacht op 9 april 2024 in. Volgens de klachtencommissie was er op het ogenblik van indiening van de klacht nog geen sprake van het verstrijken van een redelijke termijn. Er kan dan ook niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over de sportkantine waarbij volgens klager maar “1 van de 4 dingen in orde zou zijn”. In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Voor zover klager zich opnieuw beklaagt over het gegeven dat de prijzen van de sportkantine niet op voorhand meegedeeld worden, verwijst de klachtencommissie naar haar beslissing hierover in titel 3.5. van KC32/24-0072. De klacht is niet-ontvankelijk.