Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0058

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur
KANTINE - BRIEFWISSELING - REKENINGEN

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hem teveel werd aangerekend voor de batterijen die hij via de speciale kantine bestelde. Er werd meer afgehouden dan het bedrag dat vermeld staat op het bestelformulier. De klachtencommissie herneemt haar eerdere rechtspraak (cfr. KC32/23-0181) over dit punt. De klachtencommissie meent dat een correcte verschaffing van goederen door de kantinedienst vereist dat de goederen worden aangerekend tegen de prijs die op het bestelformulier wordt vermeld. Voor zover geen vaste prijs kan worden gewaarborgd, dient het bestelformulier in het nodige voorbehoud te voorzien (BC/22-0207). Volgens de klachtencommissie dient deze laatste toevoeging beperkend geïnterpreteerd te worden en betekent dit niet dat er voor alle goederen zomaar een ‘prijsvoorbehoud’ kán worden voorzien, ten gevolge waarvan er finaal altijd een ‘willekeurig’ bedrag kan worden aangerekend en de directie vrijgesteld wordt van haar verantwoordelijkheid om de bestelformulieren up to date te houden. De klachtencommissie ziet geen reden waarom er geen vaste prijs zou kunnen worden gewaarborgd voor de bestelling die klager via de speciale kantine deed (batterijen). Het summier geformuleerde prijsvoorbehoud bovenaan (“!!!! Opgelet richtprijzen”) en onderaan het bestelformulier (“Dit zijn steeds richtprijzen”), strekt zich volgens de klachtencommissie dan ook niet uit tot hetgeen klager bestelde (batterijen). Nogmaals, het is de verantwoordelijkheid van de directie (of de kantinedienst of rekendienst namens de directie) om de prijzen actueel te houden en de bestelformulieren regelmatig aan te passen. De klachtencommissie stelt vast dat het bestelformulier van de speciale kantine op het ogenblik van indiening van de klacht (maart 2024) nog dateerde van 29 december 2023. Klager was gerechtigd om ervan uit te gaan dat hij zijn bestelling zou kunnen verwerven aan de prijs zoals opgenomen op het bestelformulier. De klachtencommissie stelt vast dat de directie géén verweer biedt. De klachtencommissie meent dat hetgeen klager aanvoert (dat hem 10 x 0.75 EUR teveel werd aangerekend in vergelijking met de prijs op het ogenblik van zijn bestelling), voor waar kan worden aangenomen. De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om klager onverwijld het verschuldigde bedrag van 7,50 EUR terug te betalen, voor zover dit intussen nog niet gebeurd is.


Klager kreeg, ondanks herhaaldelijke vraag (ook aan directie) geen kassaticket van de aankoop van carbonpapier die hij via de boodschapper liet uitvoeren. De Basiswet en het huishoudelijk reglement regelen niets inzake het verstrekken van kassatickets. Indien dergelijke vraag gesteld wordt, beschikt de directeur (of de boekhoudkundige dienst namens hem) over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De klachtencommissie kan de (weigerings)beslissing enkel toetsen op redelijkheid. Volgens de klachtencommissie doorstaat de (impliciete) weigering van deze vraag (lees: het verzuim om dit na expliciete vraag te verstrekken) in het voorliggend dossier de toets van de redelijkheid niet. Het brengt immers geen onevenredige werklast met zich mee om voor één gedetineerde één kassaticket te produceren dat de – toch wel aanzienlijke – prijs van de aankoop verantwoordt. In geval van aankopen door de boodschapper (waarbij de gedetineerde op voorhand de prijs niet kent), vindt de klachtencommissie deze werkwijze eigenlijk evident. Het is dan ook verkieslijk dat dit kassaticket meteen bij de levering wordt verstrekt. Bovendien merkt de klachtencommissie ook op dat bij de aankoop het door klager vooropgestelde maximumbedrag van 22 EUR ruim overschreden werd. Het is dan ook logisch dat klager hiervoor enige verantwoording wenst, zeker in vergelijking met de prijs die zijn zus buiten de muren betaalde voor exact hetzelfde product. De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan te maken en klager het kassaticket alsnog te verstrekken.

(Klager kreeg, ondanks expliciete schriftelijke vraag hiertoe op voorhand, geen kassaticket van de aangetekende zendingen die hij liet uitvoeren. De Basiswet en het huishoudelijk reglement regelen niets inzake het verstrekken van kassatickets. Indien dergelijke vraag gesteld wordt, beschikt de directeur (of de boekhoudkundige dienst namens hem) over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De klachtencommissie kan de (weigerings)beslissing enkel toetsen op redelijkheid. Volgens de klachtencommissie doorstaat de (impliciete) weigering van deze vraag (lees: het verzuim om dit na expliciete schriftelijke vraag te verstrekken) in het voorliggend dossier de toets van de redelijkheid niet. Het brengt immers geen onevenredige werklast met zich mee om voor één gedetineerde de kassatickets inzake de aangetekende zendingen te produceren. Ook hier vindt de klachtencommissie deze werkwijze evident, aangezien klager sowieso in het bezit gesteld dient te worden van enig schriftelijk stuk waarmee het versturen van de aangetekende zending an sich bewezen kan worden. De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan te maken en klager het kassaticket alsnog te verstrekken.