Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0050

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - GETUIGEN

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD waarin wordt beschreven hoe klager toegeeft dat de telefoon en de aangetroffen gsm-kabel aan hem toebehoren. Ter tuchtzitting betwist klager dat hij dit verklaard heeft en komt hij met een alternatief verhaal. Er wordt er dan ook een beambte opgeroepen die op het RAD als getuige staat. Deze persoon kan het alternatieve verhaal van klager echter niet bevestigen. Klager bracht volgens de klachtencommissie geen geloofwaardige tegenindicaties aan die de vaststellingen in het RAD weerleggen.

Klager verwijst in zijn klacht naar vier penitentiaire beambten die zijn verhaal zouden kunnen bevestigen. De klachtencommissie stelt echter vast dat al minstens twee van de vier beambten als opsteller en getuige van het RAD gelden, zodat zij logischerwijs onderschrijven wat hierin opgenomen staat. De klachtencommissie acht het ook niet aannemelijk dat er ten aanzien van de medegedetineerde geen RAD zou zijn opgemaakt indien hij dergelijke verklaringen zou hebben gedaan ten overstaan van de kwartierchef. Volgens de klachtencommissie kon de directie op basis van het RAD redelijkerwijs besluiten dat de feiten die hierin beschreven worden, bewezen zijn.

De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). De klachtencommissie meent dat de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd is.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager 25 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.