Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0217

Fondée Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
REKENDIENST - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - ARBEID - PERSONEEL - KLACHTENPROCEDURE

Klager voert aan dat hij geen ‘rekeninguittreksel’ krijgt van de aankoop van een asbak. Er werd hem meegedeeld dat men dit niet doet. Aangezien klager zijn klacht toespitst op de aankoop van een asbak, en mede gelet op het gegeven dat uit de bijkomende informatie van de directie blijkt dat een rekeninguittreksel weinig gedetailleerd is inzake de concrete aankoop, meent de klachtencommissie dat zijn klacht gericht is tegen het (niet) verkrijgen van een aankoopbewijs. Een klacht tegen een weigering om een aankoopbewijs te verstrekken valt onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is ontvankelijk. De Basiswet en het huishoudelijk reglement regelen niets inzake het verstrekken van aankoopbewijzen. Indien dergelijke vraag gesteld wordt, beschikt de directeur (of de boekhoudkundige dienst namens hem) over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. Volgens de klachtencommissie doorstaat de weigering van deze vraag in het voorliggend dossier de toets van de redelijkheid niet. Het brengt immers geen onevenredige werklast met zich mee om voor één gedetineerde één aankoopbewijs of minstens iets met dezelfde bewijswaarde te produceren dat de legitieme herkomst van de asbak bevestigt. De klacht is gegrond. De directie moet de gevolgen van de vernietigde beslissing ongedaan maken door klager een aankoopbewijs te verstrekken.

Klager beklaagt zich over het gebrek aan werk. De klacht heeft hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/23-0210. Er verstreek slechts anderhalve week tussen de indiening van zijn vorige klacht en de klacht in het voorliggend dossier. De klacht in het voorliggend dossier bevat bovendien geen nieuwe informatie. De klachtencommissie meent de klacht dan ook niet (opnieuw) inhoudelijk te moeten beoordelen. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klachten over het gedrag van een personeelslid van de PSD behoren niet tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager voert aan dat hij al een paar keer gesanctioneerd werd, ondanks dat zijn klacht gegrond werd verklaard. De klachtencommissie erkent dat het regelmatig voorkomt dat een (achteraf gezien) onterecht opgelegde tuchtsanctie wordt ondergaan alvorens de klachtencommissie haar beslissing over de grond van de klacht neemt. Hetgeen klager in zijn klacht aanvoert kan dus kloppen. De klachtencommissie ziet in de klacht van klager echter geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet waarover zij zich bijkomend kan buigen. De klacht is niet-ontvankelijk.