KC32/23-0213
Non fondée
Fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
Fouille à corps
TUCHT - FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - KLACHTENPROCEDURE
De klachtencommissie acht de motivering van de beslissing tot fouille op het lichaam afdoende. De directie haalt individuele aanwijzingen aan en motiveert waarom het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Dat de directrice op het ogenblik van het nemen van de beslissing niet fysiek aanwezig zou zijn geweest in de inrichting is volgens de klachtencommissie niet problematisch, omdat de opdracht tot een fouillering op het lichaam ook telefonisch kan worden gegeven. De directeur dient de beslissing uiterlijk 24u na het plaatsvinden van de fouillering aan de gedetineerde te bezorgen (artikel 108 §2 Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat de directrice de schriftelijke beslissing enkele uren na de uitvoering ervan ondertekende en dat de betekening ervan plaatsvond binnen de door de wet voorzien termijn. De klachtencommissie stelt hieromtrent dan ook geen onwettigheid vast. De klacht is ongegrond.
Klager voert aan dat hij de fouillering op het lichaam onderging in het waskot, waar er geen aparte kleedruimte is. Bovendien kreeg hij geen handdoek aangereikt en kreeg hij ook geen uitleg, waardoor hij zich naar eigen zeggen volledig ontkleedde in het midden van de ruimte. De voorzitster van de klachtencommissie begaf zich fysiek naar het lokaal waar de fouillering op het lichaam plaatsvond, teneinde zich te vergewissen van de materiële omstandigheden. Uit dit plaatsbezoek bleek dat het geen ‘ordinair waskot’ betreft, doch wel een lokaal dat, blijkens de verklaringen van het inrichtingshoofd, regelmatig voor fouilleringen op het lichaam wordt gebruikt. In tegenstelling tot hetgeen klager aanvoert is er in deze ruimte wel degelijk een aparte kleedruimte voorhanden. Hoewel enigszins gedateerd qua inrichting, meent de voorzitster dat het lokaal aan de vereisten voldoet. Het lokaal kan volledig afgesloten worden met een deur. Er zijn handdoeken aanwezig in de kast. Men kan zich terugtrekken in het kleedhokje. Uit de algemene toelichting van het verloop van de procedure door een aanwezig personeelslid blijkt volgens de voorzitster dat de procedure zeer goed gekend is. Bij het verlaten van het aparte kleedhokje krijgt de gedetineerde steevast een van de voorziene handdoeken. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier geen redenen om aan te nemen dat de procedure ten aanzien van klager niet correct gevolgd werd. De klacht is ongegrond.
Klager bracht volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de geloofwaardigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD, de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet), het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtwaarschuwing waarvan klager melding maakt, inderdaad van zijn tuchtregister geschrapt hadden moeten worden ten gevolge van beslissing KC32/23-0200. Ondanks dat de aanpassing van het tuchtregister een automatisch gevolg dient te zijn van een vernietigingsbeslissing van de klachtencommissie (cfr. communicatie van DG EPI van 8 mei 2023) droeg de klachtencommissie de directie in deze beslissing expliciet op om onverwijld over te gaan tot aanpassing van het tuchtregister van klager. Deze beslissing werd op 21 november 2023 aan de directie overgemaakt. De klachtencommissie stelt vast dat bij samenstelling van het tuchtdossier naar aanleiding van het RAD van 23 november 2023 deze aanpassing nog niet was doorgevoerd. In het verweer stelt de directie enkel dat deze vraag ‘werd doorgegeven’. Er wordt daarbij niet gespecificeerd aan wie. De klachtencommissie leidt uit de communicatie van DG EPI van 8 mei 2023 af dat het de lokale directie zelf is die de schrapping dient door te voeren. Zelfs indien de directie de vraag (opdracht) intern moet doorgeven (aan de griffie), dient de schrapping in elk geval onverwijld te gebeuren. De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie (nogmaals) op om onverwijld over te gaan tot aanpassing van het tuchtregister van klager.
De klachtencommissie acht de motivering van de beslissing tot fouille op het lichaam afdoende. De directie haalt individuele aanwijzingen aan en motiveert waarom het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Dat de directrice op het ogenblik van het nemen van de beslissing niet fysiek aanwezig zou zijn geweest in de inrichting is volgens de klachtencommissie niet problematisch, omdat de opdracht tot een fouillering op het lichaam ook telefonisch kan worden gegeven. De directeur dient de beslissing uiterlijk 24u na het plaatsvinden van de fouillering aan de gedetineerde te bezorgen (artikel 108 §2 Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat de directrice de schriftelijke beslissing enkele uren na de uitvoering ervan ondertekende en dat de betekening ervan plaatsvond binnen de door de wet voorzien termijn. De klachtencommissie stelt hieromtrent dan ook geen onwettigheid vast. De klacht is ongegrond.
Klager voert aan dat hij de fouillering op het lichaam onderging in het waskot, waar er geen aparte kleedruimte is. Bovendien kreeg hij geen handdoek aangereikt en kreeg hij ook geen uitleg, waardoor hij zich naar eigen zeggen volledig ontkleedde in het midden van de ruimte. De voorzitster van de klachtencommissie begaf zich fysiek naar het lokaal waar de fouillering op het lichaam plaatsvond, teneinde zich te vergewissen van de materiële omstandigheden. Uit dit plaatsbezoek bleek dat het geen ‘ordinair waskot’ betreft, doch wel een lokaal dat, blijkens de verklaringen van het inrichtingshoofd, regelmatig voor fouilleringen op het lichaam wordt gebruikt. In tegenstelling tot hetgeen klager aanvoert is er in deze ruimte wel degelijk een aparte kleedruimte voorhanden. Hoewel enigszins gedateerd qua inrichting, meent de voorzitster dat het lokaal aan de vereisten voldoet. Het lokaal kan volledig afgesloten worden met een deur. Er zijn handdoeken aanwezig in de kast. Men kan zich terugtrekken in het kleedhokje. Uit de algemene toelichting van het verloop van de procedure door een aanwezig personeelslid blijkt volgens de voorzitster dat de procedure zeer goed gekend is. Bij het verlaten van het aparte kleedhokje krijgt de gedetineerde steevast een van de voorziene handdoeken. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier geen redenen om aan te nemen dat de procedure ten aanzien van klager niet correct gevolgd werd. De klacht is ongegrond.
Klager bracht volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de geloofwaardigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD, de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet), het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtwaarschuwing waarvan klager melding maakt, inderdaad van zijn tuchtregister geschrapt hadden moeten worden ten gevolge van beslissing KC32/23-0200. Ondanks dat de aanpassing van het tuchtregister een automatisch gevolg dient te zijn van een vernietigingsbeslissing van de klachtencommissie (cfr. communicatie van DG EPI van 8 mei 2023) droeg de klachtencommissie de directie in deze beslissing expliciet op om onverwijld over te gaan tot aanpassing van het tuchtregister van klager. Deze beslissing werd op 21 november 2023 aan de directie overgemaakt. De klachtencommissie stelt vast dat bij samenstelling van het tuchtdossier naar aanleiding van het RAD van 23 november 2023 deze aanpassing nog niet was doorgevoerd. In het verweer stelt de directie enkel dat deze vraag ‘werd doorgegeven’. Er wordt daarbij niet gespecificeerd aan wie. De klachtencommissie leidt uit de communicatie van DG EPI van 8 mei 2023 af dat het de lokale directie zelf is die de schrapping dient door te voeren. Zelfs indien de directie de vraag (opdracht) intern moet doorgeven (aan de griffie), dient de schrapping in elk geval onverwijld te gebeuren. De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie (nogmaals) op om onverwijld over te gaan tot aanpassing van het tuchtregister van klager.