Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0146

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - CAMERABEELDEN

Klager betwiste de feiten ter tuchtzitting en vroeg om de camerabeelden te bekijken. De directie besloot hier geen gevolg aan te geven. Klager bracht volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie merkt ook op dat klager zich in zijn klacht enkel verzet tegen de sanctionering voor het gevecht. Over de overige feiten voert klager niets aan. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie enkel voortging op de materiële vaststellingen in de RAD’s en de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.

In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Op het moment van beide inbreuken toont klager zich ‘niet bizar’. Klager werkte volgens de directie rationeel en doelgericht samen (inzake de tabak) en was helder en coherent bij het opbreken van de vechtpartij. De directie was hier persoonlijk bij aanwezig. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. Dit element is afdoende.
(2) Het verweer tijdens de hoorzitting is helder en coherent. Klager deelt rationele motieven mee. De klachtencommissie wijst er op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is niet afdoende.
Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd op basis van het eerste element. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en twee inbreuken van de tweede categorie. Klager kreeg 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en, gelet op de veelheid aan inbreuken, zeer redelijk. De klacht is ongegrond.