KC32/23-0090
Fondée
Compensation
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Klager verweert zich ter tuchtzitting enkel voor wat betreft de aard van hetgeen op tafel lag (volgens het RAD: hetgeen op tafel werd gelegd nadat het via het lint werd binnengehaald) en beklemtoont dat het tabak en geen verboden substantie betreft. In zijn klacht betwist hij zowel het doorgeven als opnieuw het gegeven dat het om groene substantie zou gaan. Klager voerde ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan waardoor er twijfels zouden rijzen omtrent de waarachtigheid van het RAD voor wat betreft het doorgeven (ontvangen) via lint op zich en de beledigende uitspraken. Omtrent het doorgeven stelt hij dat hij de camerabeelden waarop men dit gezien heeft wil zien. Klager werd niet gesanctioneerd voor het doorgegeven van drugs, doch louter voor het doorgeven op zich. Het aspect van de “groene substantie” werd door de directie dan ook losgelaten naar aanleiding van de verklaringen van klager ter tuchtzitting. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de overige feiten (iets doorgeven (ontvangen) via lint, beledigende uitspraken) bewezen achtte op basis van het RAD.
De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De tweede component van artikel 144 §6 Basiswet, namelijk de vraag of de tuchtrechtelijke inbreuk ook aan de gedetineerde kan worden toegerekend, vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier motiveert de directie op geen enkele wijze waarom ze klager verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering van de tuchtbeslissing voldoet dan ook niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.
Klager verweert zich ter tuchtzitting enkel voor wat betreft de aard van hetgeen op tafel lag (volgens het RAD: hetgeen op tafel werd gelegd nadat het via het lint werd binnengehaald) en beklemtoont dat het tabak en geen verboden substantie betreft. In zijn klacht betwist hij zowel het doorgeven als opnieuw het gegeven dat het om groene substantie zou gaan. Klager voerde ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan waardoor er twijfels zouden rijzen omtrent de waarachtigheid van het RAD voor wat betreft het doorgeven (ontvangen) via lint op zich en de beledigende uitspraken. Omtrent het doorgeven stelt hij dat hij de camerabeelden waarop men dit gezien heeft wil zien. Klager werd niet gesanctioneerd voor het doorgegeven van drugs, doch louter voor het doorgeven op zich. Het aspect van de “groene substantie” werd door de directie dan ook losgelaten naar aanleiding van de verklaringen van klager ter tuchtzitting. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de overige feiten (iets doorgeven (ontvangen) via lint, beledigende uitspraken) bewezen achtte op basis van het RAD.
De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De tweede component van artikel 144 §6 Basiswet, namelijk de vraag of de tuchtrechtelijke inbreuk ook aan de gedetineerde kan worden toegerekend, vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier motiveert de directie op geen enkele wijze waarom ze klager verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering van de tuchtbeslissing voldoet dan ook niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.