KC32/23-0084
Fondée
Compensation
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - BEZOEK - TEGEMOETKOMING
In het voorliggend dossier verwijst de directie bij de uiteenzetting van de elementen naar een incident van 1 mei 2023, waarvoor klager eerst gedurende drie dagen een voorlopige maatregel opgelegd kreeg en dat op het eerste zicht een tuchtinbreuk uit lijkt te maken. De directie kruist vervolgens aan dat dit element een ernstige aanwijzing is van zowel een gevaar voor de orde als de veiligheid, maar motiveert hieromtrent verder niets. De motivering van de BVM voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet.
In het voorliggend dossier worden de afzonderlijke maatregelen alle drie gemotiveerd aan de hand van een standaardformulering die verwijst naar de geestelijke gemoedstoestand van klager. De klachtencommissie stelt vast dat er nergens eerder in de BVM noch tijdens het horen van klager ingegaan wordt op diens geestelijke gemoedstoestand.
Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat de directie ook het glasbezoek bijkomend onder de noemer van de maatregel van uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) bracht. Beperking van het bezoek tot glasbezoek behoort nochtans niet tot de mogelijkheden zoals voorzien in artikel 112 Basiswet. Het opleggen van glasbezoek, zij het dan bij wijze van ordemaatregel, kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 60 §3 Basiswet. De klachtencommissie stelt wel vast dat de directie in de BVM verwijst naar deze bepaling uit de Basiswet, waardoor deze passage eigenlijk een afzonderlijke ordemaatregel uitmaakt, die vormelijk van de BVM had moeten afgescheiden worden. Los van de vorm kon de ordemaatregel volgens de klachtencommissie op zichzelf ook niet blijven bestaan. De directeur kan enkel beslissen tot het opleggen van glasbezoek wanneer er ernstige redenen bestaan [om te vrezen] dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen (artikel 60 §3, 1° Basiswet). De directie motiveert op geen enkele wijze welke deze redenen zijn. Volgens de klachtencommissie is er dan ook niet voldaan aan artikel 8 j° artikel 60 §3, 1° Basiswet.
De klacht is gegrond. De BVM wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.
In het voorliggend dossier verwijst de directie bij de uiteenzetting van de elementen naar een incident van 1 mei 2023, waarvoor klager eerst gedurende drie dagen een voorlopige maatregel opgelegd kreeg en dat op het eerste zicht een tuchtinbreuk uit lijkt te maken. De directie kruist vervolgens aan dat dit element een ernstige aanwijzing is van zowel een gevaar voor de orde als de veiligheid, maar motiveert hieromtrent verder niets. De motivering van de BVM voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet.
In het voorliggend dossier worden de afzonderlijke maatregelen alle drie gemotiveerd aan de hand van een standaardformulering die verwijst naar de geestelijke gemoedstoestand van klager. De klachtencommissie stelt vast dat er nergens eerder in de BVM noch tijdens het horen van klager ingegaan wordt op diens geestelijke gemoedstoestand.
Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat de directie ook het glasbezoek bijkomend onder de noemer van de maatregel van uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) bracht. Beperking van het bezoek tot glasbezoek behoort nochtans niet tot de mogelijkheden zoals voorzien in artikel 112 Basiswet. Het opleggen van glasbezoek, zij het dan bij wijze van ordemaatregel, kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 60 §3 Basiswet. De klachtencommissie stelt wel vast dat de directie in de BVM verwijst naar deze bepaling uit de Basiswet, waardoor deze passage eigenlijk een afzonderlijke ordemaatregel uitmaakt, die vormelijk van de BVM had moeten afgescheiden worden. Los van de vorm kon de ordemaatregel volgens de klachtencommissie op zichzelf ook niet blijven bestaan. De directeur kan enkel beslissen tot het opleggen van glasbezoek wanneer er ernstige redenen bestaan [om te vrezen] dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen (artikel 60 §3, 1° Basiswet). De directie motiveert op geen enkele wijze welke deze redenen zijn. Volgens de klachtencommissie is er dan ook niet voldaan aan artikel 8 j° artikel 60 §3, 1° Basiswet.
De klacht is gegrond. De BVM wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.