Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0024

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - TOEREKENBAARHEID - DERDEN - MOTIVERING

De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte. Uit navraag door de directie bleek dat enkel de beschadiging van de matrassen als recent feit kon aangemerkt worden. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet). De klachtencommissie vindt de kwalificatie die aan de inbreuk werd gegeven correct en voldoende gemotiveerd.

Klager verbleef met twee andere personen op cel. De directie stelt dat hetzelfde RAD werd opgesteld voor alle drie de celgenoten. Gelet op het vermoeden van onschuld dient de directie te motiveren waarom ze de feiten aan klager toerekent. Deze toerekening betreft een individuele toerekening.

In het voorliggend dossier rijzen er volgens de klachtencommissie twee onduidelijkheden:
- het is onvoldoende duidelijk waarom de directie van mening is dat de inbreuken aan klager konden worden toegerekend;
- het is onvoldoende duidelijk of klager enkel voor de beschadiging van zijn eigen matras dan wel voor de drie matrassen gesanctioneerd werd.
De klachtencommissie stelt immers een discrepantie vast tussen de tuchtbeslissing en het verweer. In de tuchtbeslissing wijst de directie erop dat ‘de derde matras’ recent in de cel is gekomen. Verderop stelt ze: “de beschadiging van de matrassen (meervoud, eigen onderlijning) wordt bijgevolg bewezen geacht en kunnen (sic) aan betrokkene worden toegeschreven”. In het verweer stelt de directie dat, aangezien het RAD melding maakt van drie matrassen met exact dezelfde manipulatie hieruit volgt “dat ook de matras van klager gemanipuleerd aangetroffen werd”. Hieruit lijkt voort te vloeien dat de directie klager enkel wenste te sanctioneren voor de beschadiging van zijn eigen matras. Indien dit het geval was, blijkt dit onvoldoende uit de bewoordingen van de tuchtbeslissing (matrassen meervoud).

De klachtencommissie benadrukt dat het samen op één cel verblijven (hetgeen veelal geen vrijwillige keuze betreft) géén gedeelde verantwoordelijkheid voor inbreuken met zich meebrengt. Anders oordelen zou immers betekenen dat er van gedetineerden verwacht wordt dat zij desgevallend optreden tegen hun eigen celgenoten of deze zouden verklikken, teneinde zelf niet het risico te lopen gesanctioneerd te worden voor bepaalde feiten. Een gedetineerde die in een meerpersoonscel verblijft kan aldus niet zonder meer verantwoordelijk gehouden worden voor alle beschadigingen van alle voorwerpen in zijn cel.

De directie had volgens de klachtencommissie dan ook beter moeten motiveren:
- welke feiten zij precies aan klager toerekende (beschadiging van één dan wel drie matrassen)
- waarom zij deze feiten aan klager toerekende (en niet (of ook) aan zijn celgenoten).

De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager uitgeleverd werd aan Roemenië.