KC32/23-0015
Fondée
Irrecevable
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
TUCHT - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op het RAD, de feiten die erin werden opgenomen in hoofde van klager bewezen achtte en aan hem toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie beaamt dat de praktijk van het overgooien van pakketten tijdens de wandeling niet getolereerd kan worden in het kader van de handhaving van de orde (en dit ongeacht de concrete inhoud van de pakketten), nu het ongecontroleerd binnenbrengen van voorwerpen en/of substanties in de gevangenis een bedreiging vormt voor het menswaardig samenlevingsklimaat. De klachtencommissie acht de kwalificatie die de directie aan de feiten gaf correct. De klachtencommissie stelt echter vast dat de motivering van de tuchtbeslissing géén rekening houdt met het verhaal dat klager ter tuchtzitting bracht. In de motivering stelt de directie dat klager zijn betrokkenheid bij het incident ontkent. De klachtencommissie stelt vast dat dit niet strookt met hetgeen er in het verslag van de tuchtzitting te lezen staat. De klachtencommissie stelt vast dat de directie een letterlijke kopie maakte van een deel van de beslissing ten aanzien van een medegedetineerde die eveneens betrokken was bij dit incident (maar zijn betrokkenheid ontkende), zonder de beslissing toe te spitsen op de (geringe) rol die klager in het incident speelde en de verklaringen die hij hierover ter tuchtzitting aflegde. De motivering voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. Aangezien het volgens de klachtencommissie op basis van het RAD en de verklaringen ter tuchtzitting voldoende vaststaat dat klager eveneens een rol speelde in de verspreiding van de pakketten, acht de klachtencommissie de sanctie van 25 dagen ATV wettelijk en redelijk. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.
De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over UV’s, hetgeen handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, valt buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op het RAD, de feiten die erin werden opgenomen in hoofde van klager bewezen achtte en aan hem toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie beaamt dat de praktijk van het overgooien van pakketten tijdens de wandeling niet getolereerd kan worden in het kader van de handhaving van de orde (en dit ongeacht de concrete inhoud van de pakketten), nu het ongecontroleerd binnenbrengen van voorwerpen en/of substanties in de gevangenis een bedreiging vormt voor het menswaardig samenlevingsklimaat. De klachtencommissie acht de kwalificatie die de directie aan de feiten gaf correct. De klachtencommissie stelt echter vast dat de motivering van de tuchtbeslissing géén rekening houdt met het verhaal dat klager ter tuchtzitting bracht. In de motivering stelt de directie dat klager zijn betrokkenheid bij het incident ontkent. De klachtencommissie stelt vast dat dit niet strookt met hetgeen er in het verslag van de tuchtzitting te lezen staat. De klachtencommissie stelt vast dat de directie een letterlijke kopie maakte van een deel van de beslissing ten aanzien van een medegedetineerde die eveneens betrokken was bij dit incident (maar zijn betrokkenheid ontkende), zonder de beslissing toe te spitsen op de (geringe) rol die klager in het incident speelde en de verklaringen die hij hierover ter tuchtzitting aflegde. De motivering voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. Aangezien het volgens de klachtencommissie op basis van het RAD en de verklaringen ter tuchtzitting voldoende vaststaat dat klager eveneens een rol speelde in de verspreiding van de pakketten, acht de klachtencommissie de sanctie van 25 dagen ATV wettelijk en redelijk. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.
De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over UV’s, hetgeen handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, valt buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. De klacht is niet-ontvankelijk.