Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0014

Non fondée Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT

De directie moet in de beslissing tot fouillering op het lichaam ook motiveren waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn (artikel 108 §2, tweede lid in samenhang gelezen met artikel 8 van de Basiswet). De bestreden beslissing bevat géén motieven die aangeven dat een onderzoek aan de kledij niet volstaat. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op het RAD, de feiten die erin werden opgenomen in hoofde van klager bewezen achtte en aan hem toerekende.
- Het bekijken van camerabeelden kán noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verplichting van zorgvuldige feitenvinding, doch in het voorliggend dossier was het RAD zeer duidelijk voor wat betreft de vaststellingen.
- Dat klager opwierp dat hij, in tegenstelling tot de duidelijke vaststelling van de beambte, niét de pleger was, is volgens de klachtencommissie geen tegenindicatie die van die aard is om twijfel te zaaien over de waarachtigheid van het RAD.
- Dat de fouille op het lichaam negatief bleek doet hieraan geen afbreuk, nu klager gesanctioneerd werd vanwege het manipuleren en verdelen, hetgeen niet vereist dat hijzelf ook in het bezit bleef van de inhoud van het pakket.
- Een onwettige fouille op het lichaam corrumpeert alles wat eruit volgt. In dit dossier vloeide de sanctie voort uit de handelingen die klager stelde voorafgaand aan de fouille op het lichaam. Volgens de klachtencommissie wordt de tuchtbeslissing dan ook niet aangetast ten gevolge van de onwettige fouille.
- Aangezien het horen van andere betrokkenen (zoals aangekondigd ter tuchtzitting) geen invloed lijkt te hebben gehad (positief noch negatief) op de beslissing ten aanzien van klager, kan niet besloten worden dat de tuchtbeslissing gebaseerd werd op elementen die eventueel bekomen werden met miskenning van de rechten van verdediging (recht op tegenspraak).

De klachtencommissie beaamt dat de praktijk van het overgooien van pakketten tijdens de wandeling niet getolereerd kan worden in het kader van de handhaving van de orde (en dit ongeacht de concrete inhoud van de pakketten), nu het ongecontroleerd binnenbrengen van voorwerpen en/of substanties in de gevangenis een bedreiging vormt voor het menswaardig samenlevingsklimaat. De klachtencommissie acht de kwalificatie die de directie aan de feiten gaf correct. De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. Klager kreeg 25 dagen ATV. De sanctie is wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

Bij de tweede tuchtbeslissing heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD (celcontrole: zwarte GSM aangetroffen) en de erkenning van het bezit ervan door klager ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op het RAD, de feiten die erin werden opgenomen in hoofde van klager bewezen achtte en aan hem toerekende. Klager kreeg bij de vorige tuchtbeslissing al een tuchtsanctie van 25 dagen ATV, zodat hij voor de feiten in het tweede dossier maximum 5 dagen ATV kon bijkrijgen. Klager kreeg 5 dagen ATV. De sanctie is wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.