TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 28 oktober 2022 evenals de verklaringen die klager hierover aflegde ter tuchtrechtelijke hoorzitting (erkenning van het bezit). De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie op basis van deze informatie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct. De motivering van de inbreuk voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. Klager kreeg 21 dagen ATV. De directie hield daarbij rekening met het feit dat het de eerste keer was dat klager met drugs betrapt werd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Ondanks het schrijven van klager over wat volgens hem de waarheid is (waar hij in zijn klacht niet inhoudelijk op ingaat) kwam de directie niet terug op haar tuchtbeslissing. De klachtencommissie wijst erop dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting de kans kreeg om zijn kant van het verhaal te doen. Bovendien had hij, indien hij een en ander niet mondeling wenste toe te lichten, ook schriftelijk zijn verweermiddelen ter kennis kunnen brengen (artikel 144 §5, vierde lid Basiswet). Klager geeft in zijn klacht geen verantwoording voor waarom hij dit niet deed. De klachtencommissie ziet in voorliggend dossier dan ook geen reden waarom klager deze informatie niet bij een eerdere gelegenheid had kunnen aanbrengen. De klachtencommissie acht het dan ook niet onredelijk dat de directie géén rekening hield met deze informatie die na het nemen van de tuchtbeslissing toekwam om de beslissing alsnog te wijzigen. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 28 oktober 2022 evenals de verklaringen die klager hierover aflegde ter tuchtrechtelijke hoorzitting (erkenning van het bezit). De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie op basis van deze informatie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct. De motivering van de inbreuk voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. Klager kreeg 21 dagen ATV. De directie hield daarbij rekening met het feit dat het de eerste keer was dat klager met drugs betrapt werd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Ondanks het schrijven van klager over wat volgens hem de waarheid is (waar hij in zijn klacht niet inhoudelijk op ingaat) kwam de directie niet terug op haar tuchtbeslissing. De klachtencommissie wijst erop dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting de kans kreeg om zijn kant van het verhaal te doen. Bovendien had hij, indien hij een en ander niet mondeling wenste toe te lichten, ook schriftelijk zijn verweermiddelen ter kennis kunnen brengen (artikel 144 §5, vierde lid Basiswet). Klager geeft in zijn klacht geen verantwoording voor waarom hij dit niet deed. De klachtencommissie ziet in voorliggend dossier dan ook geen reden waarom klager deze informatie niet bij een eerdere gelegenheid had kunnen aanbrengen. De klachtencommissie acht het dan ook niet onredelijk dat de directie géén rekening hield met deze informatie die na het nemen van de tuchtbeslissing toekwam om de beslissing alsnog te wijzigen. De klacht is ongegrond.