TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 1 november 2022. Daarin wordt beschreven hoe er verschillende briefjes werden gevonden met telkens hetzelfde rekeningnummer en de naam van klager op. Eveneens werd er een lijst van namen van gedetineerden aangetroffen met negatieve bedragen achter. De directie meende uit deze vaststellingen af te kunnen leiden dat klager een handeltje voert. Ter tuchtrechtelijke hoorzitting en in zijn klacht gaf klager een alternatieve uitleg voor deze briefjes. De directie motiveert volgens de klachtencommissie afdoende waarom ze geen geloof hecht aan de uitleg van klager. De redenering die de directie opbouwt, gaat volgens de klachtencommissie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie vindt het dan ook redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Ze verwees hierbij naar het verbod op transacties tussen gedetineerden. De klachtencommissie acht die kwalificatie correct. Klager kreeg een sanctie van 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 1 november 2022. Daarin wordt beschreven hoe er verschillende briefjes werden gevonden met telkens hetzelfde rekeningnummer en de naam van klager op. Eveneens werd er een lijst van namen van gedetineerden aangetroffen met negatieve bedragen achter. De directie meende uit deze vaststellingen af te kunnen leiden dat klager een handeltje voert. Ter tuchtrechtelijke hoorzitting en in zijn klacht gaf klager een alternatieve uitleg voor deze briefjes. De directie motiveert volgens de klachtencommissie afdoende waarom ze geen geloof hecht aan de uitleg van klager. De redenering die de directie opbouwt, gaat volgens de klachtencommissie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie vindt het dan ook redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Ze verwees hierbij naar het verbod op transacties tussen gedetineerden. De klachtencommissie acht die kwalificatie correct. Klager kreeg een sanctie van 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.