Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0120

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - MOTIVERING

Klager spreekt in zijn klacht van een ontslagbeslissing van 26 september 2022. Uit de volgende passage van het RAD blijkt dat er op 26 september 2022, in strijd met de exclusieve bevoegdheid van de directie ter zake, reeds een mondelinge ontslagbeslissing werd genomen door leden van het personeel: “In samenspraak met de PA zijn beide heren ontslagen.” In het voorliggend dossier is het zo dat klager nadien een schriftelijke ontslagbeslissing van de directeur ontving. Aangezien de feiten die aanleiding gaven tot het onwettelijk mondeling ontslag en het schriftelijk ontslag identiek zijn, en de klacht werd opgesteld op een ogenblik (28 september 2022) dat klager zowel kennis had van de mondelinge als de schriftelijke beslissing (waar in het bovenste luik ook 26 september 2022 staat, in het onderste luik de datum ontbreekt), meent de klachtencommissie dat ondanks het vermelden van de datum van 26 september 2022 als datum van de bestreden beslissing, de klacht handelt over/zich uitstrekt tot de schriftelijke ontslagbeslissing van 27 september 2022. De klacht is ontvankelijk.

Het Huishoudelijk Reglement van Turnhout (pagina 29) voorziet dat de directeur een gedetineerde bij ordemaatregel kan ontslaan, indien hij niet geschikt is voor de arbeidspost. In geval van een vertrouwensfunctie beschikt de directie over een bepaalde discretionaire beoordelingsmarge. In het voorliggend dossier oordeelde de directie dat klager niet langer geschikt was voor het uitoefenen van zijn job als fatik, op basis van de motivering: "gelet op de vechtpartij met zijn collega-fatik". De directie vinkte geen enkel vakje aan op het formulier, doch door de plaatsing van de handgeschreven tekst meent de klachtencommissie dat deze tekst diende ter aanvulling van de zinsnede “Betrokkene wordt niet langer betrouwbaar of ‘veilig’ geacht om het werk uit te voeren”. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie op basis van dergelijk element (dat afdoende blijkt uit het RAD, ook al spreekt klager de daarin gedane vaststellingen tegen) overging tot het ontslag van klager uit een vertrouwensfunctie. De motivering stelt klager in staat om de reden van zijn ontslag te begrijpen. De klacht is ongegrond.