TUCHT - MOTIVERING - CAMERABEELDEN
In het voorliggend dossier heeft de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD. Ze heeft daarbij ook uitvoerig beargumenteerd waarom ze het in dit geval onnodig vond om de camerabeelden te bekijken. De klachtencommissie stelt vast dat klager zowel ter tuchtzitting als in zijn klacht geen tegenindicaties aanhaalt die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Ter tuchtzitting stelt klager immers enkel dat hij niet betrokken was en dat hij heel de tijd is blijven zitten. Dit gegeven is niet noodzakelijk tegenstrijdig met het RAD, waarin immers enkel staat dat het pakket aan (onder andere) hem werd doorgegeven, nadat de personen die het opgeraapt hadden ermee naar de pergola zijn gewandeld. De redenering van de directie waarom er volgens haar geen noodzaak was om de camerabeelden te raadplegen, gaat volgens de klachtencommissie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten en houdt ondanks de zaken die klager aanvoert, stand. Er is dan ook geen sprake van onzorgvuldige feitenvinding. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten steunde op het RAD, de daarin omschreven materiële vaststellingen kwalificeerde als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. Klager kreeg 10 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk redelijk. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD. Ze heeft daarbij ook uitvoerig beargumenteerd waarom ze het in dit geval onnodig vond om de camerabeelden te bekijken. De klachtencommissie stelt vast dat klager zowel ter tuchtzitting als in zijn klacht geen tegenindicaties aanhaalt die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Ter tuchtzitting stelt klager immers enkel dat hij niet betrokken was en dat hij heel de tijd is blijven zitten. Dit gegeven is niet noodzakelijk tegenstrijdig met het RAD, waarin immers enkel staat dat het pakket aan (onder andere) hem werd doorgegeven, nadat de personen die het opgeraapt hadden ermee naar de pergola zijn gewandeld. De redenering van de directie waarom er volgens haar geen noodzaak was om de camerabeelden te raadplegen, gaat volgens de klachtencommissie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten en houdt ondanks de zaken die klager aanvoert, stand. Er is dan ook geen sprake van onzorgvuldige feitenvinding. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten steunde op het RAD, de daarin omschreven materiële vaststellingen kwalificeerde als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. Klager kreeg 10 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk redelijk. De klacht is ongegrond.