Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0099

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - SANCTIE

Klager voert aan dat hij geen bijstand kreeg van zijn eigen advocaat hoewel hij hierom gevraagd had. Een uitstel werd niet toegekend. Artikel 144 §4 Basiswet bepaalt dat de gedetineerde het recht heeft zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat. De wet specificeert daarbij niet dat dit per se de advocaat naar keuze van de gedetineerde moet zijn. Hoewel dit volgens de klachtencommissie natuurlijk wenselijk is, heeft de directie in voorliggend dossier beslist om klager de advocaat van permanentie toe te wijzen. Deze beslissing is niet in strijd met artikel 144 §4 Basiswet. De klachtencommissie acht deze beslissing bovendien redelijk, gelet op het laattijdig karakter van de vraag (op de mededeling van de opstart van een tuchtprocedure gaf klager nog aan géén bijstand te willen) en de onbeschikbaarheid van de directie in de namiddag (het enige tijdstip dat de advocaat kon). Uit dit laatste element blijkt ook dat de directie inspanningen geleverd heeft om de advocaat naar keuze op te roepen, doch dat dit praktisch onhaalbaar bleek. Er is in voorliggend dossier volgens de klachtencommissie géén aanwijzing dat deze beslissing geleid heeft tot enige schending van de rechten van verdediging van klager.

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in twee RAD’s van 6 september 2022 én de verklaringen die klager omtrent deze vaststellingen deed ter tuchtzitting van 8 september 2022.
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten kwalificeerde als zijnde het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. De motivering van de inbreuk voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet.

Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat de directie ter tuchtzitting (althans volgens het verslag) een sanctie van 30 dagen ATV uitsprak. In principe is de beslissing uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis is gebracht aan de gedetineerde (artikel 144 §8 Basiswet). Deze sanctie zou echter de toegelaten maximumduur van de sanctie overschreden hebben. Volgens de schriftelijke tuchtbeslissing kreeg klager uiteindelijk slechts 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk, zeer redelijk. De klacht is ongegrond.