TUCHT - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de vaststellingen uit het RAD, die voor een deel ook door klager werden toegegeven tijdens de tuchtzitting, kwalificeerde als zijnde het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. De motivering van de inbreuken voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. Bij samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). Het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) is een inbreuk van de eerste categorie, en dus de zwaarste inbreuk. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en, ondanks dat het om een eerste vergrijp ging, gelet op de aard van de inbreuken, redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de vaststellingen uit het RAD, die voor een deel ook door klager werden toegegeven tijdens de tuchtzitting, kwalificeerde als zijnde het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. De motivering van de inbreuken voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. Bij samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). Het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) is een inbreuk van de eerste categorie, en dus de zwaarste inbreuk. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en, ondanks dat het om een eerste vergrijp ging, gelet op de aard van de inbreuken, redelijk. De klacht is ongegrond.