TUCHT - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie voor het bewezen zijn van de feiten voortging op de materiële vaststellingen uit het RAD van 1 juni 2022 en deze vaststellingen kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De motivering van deze inbreuken voldoet bovendien aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. In zijn klacht betwist klager de feiten of de kwalificatie als tuchtinbreuken ook niet.
Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143, §2 Basiswet). Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie. Deze inbreuken worden aldus bestraft als één inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van dertig dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg drie weken (21 dagen) ATV, waarvan 14 dagen effectief. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie voor het bewezen zijn van de feiten voortging op de materiële vaststellingen uit het RAD van 1 juni 2022 en deze vaststellingen kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De motivering van deze inbreuken voldoet bovendien aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. In zijn klacht betwist klager de feiten of de kwalificatie als tuchtinbreuken ook niet.
Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143, §2 Basiswet). Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie. Deze inbreuken worden aldus bestraft als één inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van dertig dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg drie weken (21 dagen) ATV, waarvan 14 dagen effectief. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.