Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0049

Fondée Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - HOORPLICHT - BIJSTAND ADVOCAAT

Met betrekking tot de medische inspuiting. Klachten over beslissingen genomen door de arts vallen niet onder het toepassingsgebied van het klachtenrecht. De klacht is onontvankelijk.

Met betrekking tot de strafberekening. De Klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over de berekening van de straf, hetgeen handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, valt buiten de bevoegdheid van de Klachtencommissie. De klacht is onontvankelijk.

Met betrekking tot de bijzondere veiligheidsmaatregel van 20 mei 2022. In het voorliggend dossier volstaat de directie met te verwijzen naar het volledige verslag van het horen van de gedetineerde zonder dat zij daarbij aanhaalt welke ernstige aanwijzingen er voorhanden zijn (de toepassingsvoorwaarde voor het opleggen van een BVM). Volgens de Klachtencommissie kan het niet de bedoeling zijn dat de beslissing enkel zou kunnen begrepen worden mits samenlezen ervan met het verslag van het horen van de gedetineerde en dat klager (of de Klachtencommissie) zelf maar de elementen uit dat verslag dient te halen die zouden kunnen gekwalificeerd worden als een ernstige aanwijzing. De motivering van de BVM voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 van de Basiswet. Met betrekking tot de motivering van de individuele maatregelen voldoet de directie volgens de Klachtencommissie wél aan de bovenstaande verplichting, behoudens met betrekking tot het volgende punt. De Klachtencommissie merkt op dat de directie onderaan alvast melding maakt van een plaatsing op de beveiligde cel “bij een verdere verslechtering van de geestestoestand of verhoging van de mate van dreiging”. De Klachtencommissie is van oordeel dat aan de noodzakelijkheid van een maatregel voldaan moet zijn op het ogenblik van de oplegging van de BVM. Men kan niet een alvast voorzien in een hypothetische uitbreiding van de BVM met een extra maatregel voor moest er zich een bepaalde nieuwe situatie voordoen. Deze formulering is dan ook in strijd met artikel 110 §1 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De BVM wordt vernietigd.

Met betrekking tot de bijzondere veiligheidsmaatregel van 26 mei 2022. Aangezien de BVM van 26 mei 2022 identiek is aan die van 20 mei 2022 gelden dezelfde opmerkingen. Volgens de Klachtencommissie kan het niet de bedoeling zijn dat de beslissing enkel zou kunnen begrepen worden mits samenlezen ervan met het verslag van het horen van de gedetineerde en dat klager (of de Klachtencommissie) zelf maar de elementen uit dat verslag dient te halen die zouden kunnen gekwalificeerd worden als een ernstige aanwijzing. De motivering van de BVM voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De BVM wordt vernietigd.

Aangezien klager als grief aanvoerde dat hem geen bijstand van een advocaat aangeboden werd bij het horen, wenst de Klachtencommissie te verduidelijken dat de Basiswet niet voorziet in de bijstand van een advocaat in het kader van het horen van een gedetineerde met het oog op het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel, dit in tegenstelling tot hetgeen in het kader van een tuchtprocedure het geval is.