Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0038

Non fondée Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TERMIJN - TUCHT

De naaktfouille dateert van 20 maart 2022. Beide klachtenbriefjes dateren van 29 maart 2022. De indieningstermijn van 7 dagen werd overschreden. De Klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die er op wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren zoals voorzien wordt in artikel 150 §2 van de Basiswet. De klacht is onontvankelijk.

De directie kon redelijkerwijs steunen op de materiële vaststellingen zoals omschreven in het RAD van 20 maart 2022. Klager geeft ter tuchtzitting ook een aantal van de verbale bedreigingen toe, evenals het feit dat hij een tafelpoot in de hand heeft genomen en gezegd heeft dat niemand mocht binnenkomen. Hij erkent ook dat hij de deur en het meubilair beschadigd heeft, dit omdat hij zeer boos was. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de materiële vaststellingen uit het RAD van 20 maart 2022 kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet), de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° van de Basiswet) en de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° van de Basiswet), en deze inbreuken aan klager toerekende.

De directie kon daarnaast redelijkerwijs steunen op de materiële vaststellingen zoals omschreven in het RAD van 22 maart 2022. Klager geeft ook deze feiten ter tuchtzitting toe, al geeft hij er een verantwoording voor (het oproepingslampje werkte niet). In het RAD staat duidelijk te lezen dat hij bleef stampen, ook toen het personeel al ter plaatse was. De directie haalt dit ook aan ter tuchtzitting, waarop klager dit niet tegenspreekt. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de materiële vaststellingen uit het RAD van 22 maart 2022 kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° van de Basiswet).

De motivering van de tuchtbeslissing voldoet voor alle vier de inbreuken aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.

Bovendien vindt de Klachtencommissie de opgelegde sanctie van 30 dagen ATV (de maximumsanctie), gelet op de ernst van het incident van 20 maart 2022, redelijk. De Klachtencommissie verzoekt de directie de fout die in de tuchtbeslissing geslopen is, namelijk de aankruising dat er géén sanctie wordt opgelegd, te corrigeren. Aangezien voldoende duidelijk is dat er wel degelijk een sanctie werd opgelegd, is deze fout niet van die omvang dat hieruit de onwettigheid van de tuchtbeslissing zou voortvloeien. Het betreft een materiële vergissing. De klacht is ongegrond.