TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
Klager voert in zijn klacht aan dat verschillende elementen in het RAD verzonnen of verzwegen zouden zijn. Hij ontkent dat hij te lang douchte of lawaaihinder veroorzaakte. De Klachtencommissie stelt vast dat klager geen van deze elementen aanvoerde ter tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon dan ook redelijkerwijs steunen op de materiële vaststellingen zoals omschreven in het RAD van 19 februari 2022. De Klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie deze materiële vaststellingen kwalificeerde als enerzijds het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° van de Basiswet) en anderzijds het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° van de Basiswet). De motivering van de tuchtbeslissing voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De Klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 7 dagen ATV redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager voert in zijn klacht aan dat verschillende elementen in het RAD verzonnen of verzwegen zouden zijn. Hij ontkent dat hij te lang douchte of lawaaihinder veroorzaakte. De Klachtencommissie stelt vast dat klager geen van deze elementen aanvoerde ter tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon dan ook redelijkerwijs steunen op de materiële vaststellingen zoals omschreven in het RAD van 19 februari 2022. De Klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie deze materiële vaststellingen kwalificeerde als enerzijds het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° van de Basiswet) en anderzijds het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° van de Basiswet). De motivering van de tuchtbeslissing voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De Klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 7 dagen ATV redelijk. De klacht is ongegrond.