KC32/22-0013
Fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
KLACHTENPROCEDURE
Klager deed een aanvraag openbaarheid van bestuur waarbij hij inzage vraagt in zijn opsluitingsdossier. Hij klaagt over het gebrek aan antwoord vanwege de directie binnen de wettelijke termijn (30 dagen). Hoewel klager de datum van de aanvraag op 22 december 2021 plaatst, daar waar ze volgens de ontvangstmelding verstrekt door de directie van 24 december 2021 dateert, stelt de Klachtencommissie vast dat op het ogenblik van het noteren van de klacht (5 februari 2022) de wettelijke termijn van 30 dagen in elk geval verstreken was, zonder dat er ten aanzien van klager een beslissing was genomen. Er is dan ook sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet. De klacht is ontvankelijk.
De Klachtencommissie citeert de artikels uit de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur die zij in haar beoordeling heeft meegenomen inzake de termijn waarbinnen een antwoord gegeven moet worden en inzake de redenen tot afwijzing van een aanvraag. De Klachtencommissie besluit hieruit het volgende. De directie verzuimde om binnen de 30 dagen klager in kennis te stellen van de inwilliging of de afwijzing van zijn verzoek, of het uitstel om hierop in te gaan. Er is volgens de Klachtencommissie géén reden om de aanvraag van klager af te wijzen: de aanvraag is noch kennelijk te vaag geformuleerd, noch kennelijk onredelijk. Klager verzocht immers louter om de inzage van zijn opsluitingsdossier. Nergens maakt hij melding van een verzoek tot afschrift van dit volledige opsluitingsdossier, zoals de directie in haar schriftelijk verweer bestempelt als zijnde een onredelijk verzoek. In elk geval zou ook onredelijkheid van een bepaald verzoek de directie er niet van vrijstellen de afwijzing ervan op gemotiveerde wijze aan klager ter kennis te brengen. De klacht is gegrond. In toepassing van artikel 158 §3, 2° van de Basiswet bepaalt de Klachtencommissie dat haar uitspraak in de plaats komt. De alleensprekend Klachtenrechter beslist klager inzage te verlenen in zijn opsluitingsdossier. Ze verzoekt de directie hier binnen een termijn van 14 dagen, te rekenen vanaf de betekening van de beslissing praktische uitvoering aan te geven.
Klager deed een aanvraag openbaarheid van bestuur waarbij hij inzage vraagt in zijn opsluitingsdossier. Hij klaagt over het gebrek aan antwoord vanwege de directie binnen de wettelijke termijn (30 dagen). Hoewel klager de datum van de aanvraag op 22 december 2021 plaatst, daar waar ze volgens de ontvangstmelding verstrekt door de directie van 24 december 2021 dateert, stelt de Klachtencommissie vast dat op het ogenblik van het noteren van de klacht (5 februari 2022) de wettelijke termijn van 30 dagen in elk geval verstreken was, zonder dat er ten aanzien van klager een beslissing was genomen. Er is dan ook sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet. De klacht is ontvankelijk.
De Klachtencommissie citeert de artikels uit de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur die zij in haar beoordeling heeft meegenomen inzake de termijn waarbinnen een antwoord gegeven moet worden en inzake de redenen tot afwijzing van een aanvraag. De Klachtencommissie besluit hieruit het volgende. De directie verzuimde om binnen de 30 dagen klager in kennis te stellen van de inwilliging of de afwijzing van zijn verzoek, of het uitstel om hierop in te gaan. Er is volgens de Klachtencommissie géén reden om de aanvraag van klager af te wijzen: de aanvraag is noch kennelijk te vaag geformuleerd, noch kennelijk onredelijk. Klager verzocht immers louter om de inzage van zijn opsluitingsdossier. Nergens maakt hij melding van een verzoek tot afschrift van dit volledige opsluitingsdossier, zoals de directie in haar schriftelijk verweer bestempelt als zijnde een onredelijk verzoek. In elk geval zou ook onredelijkheid van een bepaald verzoek de directie er niet van vrijstellen de afwijzing ervan op gemotiveerde wijze aan klager ter kennis te brengen. De klacht is gegrond. In toepassing van artikel 158 §3, 2° van de Basiswet bepaalt de Klachtencommissie dat haar uitspraak in de plaats komt. De alleensprekend Klachtenrechter beslist klager inzage te verlenen in zijn opsluitingsdossier. Ze verzoekt de directie hier binnen een termijn van 14 dagen, te rekenen vanaf de betekening van de beslissing praktische uitvoering aan te geven.