Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0008

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RECHT OP TEGENSPRAAK

In casu heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 31 december 2021. Uit artikel 144, §1 van de Basiswet blijkt dat het rapport aan de directeur het document bij uitstek vormt waarin personeelsleden feiten acteren waarvan zij vermoeden dat het om tuchtrechtelijke inbreuken gaat. Het RAD is daarom dan ook veelal het basisdocument waarop de gevangenisdirecteur steunt in de totstandkoming van zijn tuchtbeslissing. Uitgaande van beëdigde ambtenaren in de uitoefening van hun functie bewijzen de rapporten de erin vermelde feiten, tenzij er tegenindicaties blijken of worden aangevoerd, die de directeur moet onderzoeken en beoordelen (RvS 19 november 2010, nr. 209.026). Aangezien klager geen tegenindicatie aanvoert die doet twijfelen aan de inhoud van dit RAD (louter stellen dat wat er in het rapport staat ‘niet klopt’ volstaat niet), kon de directie er redelijkerwijs op voortgaan. De Klachtencommissie is van oordeel dat de directie aldus in alle redelijkheid kon oordelen dat de in het RAD omschreven feiten gekwalificeerd konden worden als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De Klachtencommissie acht de hiervoor opgelegde sanctie van 7 dagen ATV redelijk. De klacht is ongegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/22-0026