TUCHT - MOTIVERING
De Klachtencommissie stelt vast dat er sprake is van de inbreuk van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, daar waar de gedetineerde meer medicatie op cel heeft dan hij op die bepaalde dag moet innemen. Dit volgt uit de bepaling in het huishoudelijk reglement omtrent de voorwerpen waarvan het aan de gedetineerde toegelaten is om ze in zijn verblijfsruimte te hebben (“- de voorgeschreven medicatie en de medicatie die de gedetineerde ontvangen heeft overeenkomstig de procedure zelfmedicatie”) waarop de directie ook gewezen heeft, door het maken van een a contrario redenering. Dit wordt ook duidelijk indien deze bepaling in samenhang gelezen wordt met de bepaling onder punt 4. waarbij gesteld wordt dat men een verzoek moet indienen bij de directeur indien men andere voorwerpen of een grotere hoeveelheid van deze goederen wenst te hebben. Via beide redeneringen is het volgens de Klachtencommissie duidelijk dat het op grond van het huishoudelijk reglement verboden is om grotere hoeveelheden medicatie dan op een bepaald moment noodzakelijk in de verblijfsruimte te hebben. In casu heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD. Deze vaststellingen konden gekwalificeerd worden als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De sanctie van 4 dagen ATV is zeer redelijk.
De Klachtencommissie acht het aangewezen dat de motivering verfijnd wordt. De directie schrijft: “Gelet betrokkene de inbreuk erkent, (…)”. Het klopt dat ter tuchtrechtelijke hoorzitting de feiten niet gecontesteerd werden, doch wel de kwalificatie ervan. De formulering uit de motivering schept de verkeerde indruk dat klager de interpretatie die de directie aan de feiten geeft (‘de inbreuk’) mondeling zou hebben bevestigd. Het is nauwkeuriger te vermelden dat klager niet betwist dat hij medicatie bij zich heeft gehouden en vervolgens te motiveren welke inbreuk dit uitmaakt. Klager verzette zich immers uitdrukkelijk tegen het kwalificeren van deze feiten als zijnde een inbreuk. De zinsnede “Gelet betrokkene de inbreuk erkent, (…)” vindt dan ook onvoldoende ondersteuning in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd. De directie moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de uitspraak van de Klachtencommissie
De Klachtencommissie stelt vast dat er sprake is van de inbreuk van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, daar waar de gedetineerde meer medicatie op cel heeft dan hij op die bepaalde dag moet innemen. Dit volgt uit de bepaling in het huishoudelijk reglement omtrent de voorwerpen waarvan het aan de gedetineerde toegelaten is om ze in zijn verblijfsruimte te hebben (“- de voorgeschreven medicatie en de medicatie die de gedetineerde ontvangen heeft overeenkomstig de procedure zelfmedicatie”) waarop de directie ook gewezen heeft, door het maken van een a contrario redenering. Dit wordt ook duidelijk indien deze bepaling in samenhang gelezen wordt met de bepaling onder punt 4. waarbij gesteld wordt dat men een verzoek moet indienen bij de directeur indien men andere voorwerpen of een grotere hoeveelheid van deze goederen wenst te hebben. Via beide redeneringen is het volgens de Klachtencommissie duidelijk dat het op grond van het huishoudelijk reglement verboden is om grotere hoeveelheden medicatie dan op een bepaald moment noodzakelijk in de verblijfsruimte te hebben. In casu heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD. Deze vaststellingen konden gekwalificeerd worden als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De sanctie van 4 dagen ATV is zeer redelijk.
De Klachtencommissie acht het aangewezen dat de motivering verfijnd wordt. De directie schrijft: “Gelet betrokkene de inbreuk erkent, (…)”. Het klopt dat ter tuchtrechtelijke hoorzitting de feiten niet gecontesteerd werden, doch wel de kwalificatie ervan. De formulering uit de motivering schept de verkeerde indruk dat klager de interpretatie die de directie aan de feiten geeft (‘de inbreuk’) mondeling zou hebben bevestigd. Het is nauwkeuriger te vermelden dat klager niet betwist dat hij medicatie bij zich heeft gehouden en vervolgens te motiveren welke inbreuk dit uitmaakt. Klager verzette zich immers uitdrukkelijk tegen het kwalificeren van deze feiten als zijnde een inbreuk. De zinsnede “Gelet betrokkene de inbreuk erkent, (…)” vindt dan ook onvoldoende ondersteuning in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd. De directie moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de uitspraak van de Klachtencommissie