KC29/24-0004
Fondée
KC - Saint-Gilles
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
PRIVELEVEN - TEGEMOETKOMING
De klacht is gericht tegen het verzuim een beslissing te nemen door de directie van de gevangenis van Sint-Gillis i.v.m. een aanvraag voor het bijwonen van de begrafenis van klagers (stief)vader.
Uit de verklaringen van klager blijkt dat de directie hoe dan ook op de hoogte was van klagers verzoek om de begrafenis van zijn (stief)vader te mogen bijwonen op 4 januari 2024. Dit wordt ook niet tegengesproken door de directie; ze erkent dit zelfs door in haar bijkomend verweer te stellen dan de documenten (aangaande het overlijden en de begrafenis) door een lid van de directie werden gevraagd maar dat deze nooit naar het correcte e-mailadres werden verstuurd.
Van een zorgvuldige directie kan verwacht worden dat er, in geval van een overlijden, correct en snel wordt gehandeld. In casu heeft de directie dit nagelaten. Eerst heeft klager met een directeur een gesprek gevoerd over zijn vraag, maar doordat hiervan klaarblijkelijk geen schriftelijke weerslag was, ging zijn vraag verloren (cf. het antwoord op het eerste rapportbriefje). Daarna schreef klager een eerste rapportbriefje (2 januari 2024), waarop werd geantwoord dat er geen informatie was over dit onderwerp. Hoewel dit gericht was aan de griffie, is het door de afwezigheid van een naam onduidelijk wie dit antwoord noteerde. Het antwoord op het rapportbriefje bevestigt dat er niet zorgvuldig is omgegaan met klagers mondelinge vraag enkele dagen tevoren. Tenslotte schreef klager een tweede rapportbriefje (4 januari 2024), ditmaal duidelijk gericht naar de directie. Hierop ontving klager nooit een antwoord, zo blijkt uit zijn verklaringen op de zitting. De directie heeft dus verschillende kansen gehad om een beslissing te nemen over klagers verzoek, maar liet dit na.
Door gebrek aan zorgvuldigheid in hoofde van de directie, werd aan klager de kans ontnomen om een laatste groet uit te brengen aan zijn (stief)vader.
Om deze reden is de klacht gegrond.
Uit artikel 158, §4, tweede lid volgt dat de directeur dient te worden gehoord wanneer door de klachtencommissie een tegemoetkoming wordt overwogen. In casu werd dit punt op de zitting van de klachtencommissie aangekaart. Doordat de directie weigerde te verschijnen op de zitting, ontnam zij zichzelf de kans om gehoord te worden.
Aangezien de gevolgen van het verzuim van de directie niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, kent de klachtencommissie aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één extra ongestoord bezoek. Op die manier krijgt klager de kans om, bijvoorbeeld, in een meer private context alsnog afscheid te nemen samen met zijn moeder. Aan klager een uitgang toekennen (zoals hij in zijn klacht verzoekt), ligt niet binnen de mogelijkheden van de klachtencommissie gezien dit de externe rechtspositie betreft.
Dit extra bezoek dient in samenspraak met klager te worden georganiseerd binnen een termijn van één maand na betekening van deze beslissing aan de directie.
De klacht is gericht tegen het verzuim een beslissing te nemen door de directie van de gevangenis van Sint-Gillis i.v.m. een aanvraag voor het bijwonen van de begrafenis van klagers (stief)vader.
Uit de verklaringen van klager blijkt dat de directie hoe dan ook op de hoogte was van klagers verzoek om de begrafenis van zijn (stief)vader te mogen bijwonen op 4 januari 2024. Dit wordt ook niet tegengesproken door de directie; ze erkent dit zelfs door in haar bijkomend verweer te stellen dan de documenten (aangaande het overlijden en de begrafenis) door een lid van de directie werden gevraagd maar dat deze nooit naar het correcte e-mailadres werden verstuurd.
Van een zorgvuldige directie kan verwacht worden dat er, in geval van een overlijden, correct en snel wordt gehandeld. In casu heeft de directie dit nagelaten. Eerst heeft klager met een directeur een gesprek gevoerd over zijn vraag, maar doordat hiervan klaarblijkelijk geen schriftelijke weerslag was, ging zijn vraag verloren (cf. het antwoord op het eerste rapportbriefje). Daarna schreef klager een eerste rapportbriefje (2 januari 2024), waarop werd geantwoord dat er geen informatie was over dit onderwerp. Hoewel dit gericht was aan de griffie, is het door de afwezigheid van een naam onduidelijk wie dit antwoord noteerde. Het antwoord op het rapportbriefje bevestigt dat er niet zorgvuldig is omgegaan met klagers mondelinge vraag enkele dagen tevoren. Tenslotte schreef klager een tweede rapportbriefje (4 januari 2024), ditmaal duidelijk gericht naar de directie. Hierop ontving klager nooit een antwoord, zo blijkt uit zijn verklaringen op de zitting. De directie heeft dus verschillende kansen gehad om een beslissing te nemen over klagers verzoek, maar liet dit na.
Door gebrek aan zorgvuldigheid in hoofde van de directie, werd aan klager de kans ontnomen om een laatste groet uit te brengen aan zijn (stief)vader.
Om deze reden is de klacht gegrond.
Uit artikel 158, §4, tweede lid volgt dat de directeur dient te worden gehoord wanneer door de klachtencommissie een tegemoetkoming wordt overwogen. In casu werd dit punt op de zitting van de klachtencommissie aangekaart. Doordat de directie weigerde te verschijnen op de zitting, ontnam zij zichzelf de kans om gehoord te worden.
Aangezien de gevolgen van het verzuim van de directie niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, kent de klachtencommissie aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één extra ongestoord bezoek. Op die manier krijgt klager de kans om, bijvoorbeeld, in een meer private context alsnog afscheid te nemen samen met zijn moeder. Aan klager een uitgang toekennen (zoals hij in zijn klacht verzoekt), ligt niet binnen de mogelijkheden van de klachtencommissie gezien dit de externe rechtspositie betreft.
Dit extra bezoek dient in samenspraak met klager te worden georganiseerd binnen een termijn van één maand na betekening van deze beslissing aan de directie.