Ga verder naar de inhoud

KC29/23-0101

Fondée KC - Saint-Gilles Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

In de tuchtbeslissing van 5 oktober 2023 wordt klager schuldig bevonden aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De directie baseerde zich hiervoor op de twee RAD’s van 2 mei 2023, waarin de vondst van verboden substanties naar aanleiding van een fouille op het lichaam bij de terugkomst van de wandeling werd vastgesteld.

Één bolletje verdachte substantie dat wordt aangetroffen wijst eerder op eigen gebruik van verboden middelen dan op handel.

Naast de vermelde tuchtrechtelijke inbreuken, stelt de klachtencommissie vast dat klager ook werd gesanctioneerd voor de tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie, namelijk het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, aangezien deze tuchtinbreuk ook in het vet werd aangeduid op de eerste pagina van de tuchtbeslissing.

De klachtencommissie stelt, desondanks eerdere beslissingen hierover, opnieuw vast dat in de tuchtbeslissing nergens vermeld werd welke regel van het huishoudelijk reglement klager dan heeft geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald.


Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’, een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement.

Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet.

Bovendien weet de klachtencommissie niet eens of klager het huishoudelijk reglement in het Nederlands ontvangen heeft bij zijn aankomst in de gevangenis.

Daarnaast oordeelt de klachtencommissie dat ook al zijn de RAD’s duidelijk, is de sanctie onredelijk en onevenredig, gezien de relatieve ernst van de gepleegde inbreuken en de afwezigheid van tuchtrechtelijke antecedenten.

De klacht gericht tegen de tuchtbeslissing is gegrond. De klachtencommissie paart de sanctie van ATV met een uitstel voor de helft gezien de afwezigheid van tuchtrechtelijke antecedenten.

Zij draagt de directie op om deze tuchtbeslissing te wijzigen in het tuchtregister van klager.

Artikel 158 §4 alinea 2 van de Basiswet bepaalt: “Voorzover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, bepaalt de Klachtencommissie, na de directeur te hebben gehoord, of aan de klager enige tegemoetkoming, met uitsluiting van elke financiële vergoeding, moet worden toegekend”.

Niets belet de klachtencommissie om de vraag na de zitting te stellen voor zover voorgelegd aan de tegenspraak van de partijen. Alsook is zij niet verplicht binnen een termijn van openbare orde een beslissing te betekenen.